Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„Ik blijf rustigjes hier”, glimlachte Duczika: „ik dénk 'r niet an!... In Berlijn zullen ze me niet opeten!”...

Voor 't eerst keken zij en Erich mekaar in de oogen. Voor 't eerst dachten ze ’t zelfde.

„Kan Duczi mee?”, vroeg Betty, die 't maar half had begrepen. „Lees!... Asjeblief lees dan!”, riep Laurie, 'r ’t contract gevend, ,/t dubbele!... ’t dubbele!... Zou jij ’t niet doen, Betty?”

„En of!”, zei Betty, ’t papier nauwelijks inkijkend, omdat ze 't oogenspel van Erich en Duczi oplette: „dan ben je toch simpel, Duczi, als je nee zegt! Dan ben je toch idioot!...”

„Bemoei jij je 'r asjeblief niet mee!”, sprak Duczika enge-woon-scherp: ,,’k heb an Laurie en Lotte genoeg!...”

„Nou ik zeg 't!”, zei Betty vinnig: „wat mot jij in Berlijn?... Je hoort bij je moeder en je zuster!... En je wou ’t toch altijd!... Je zei nog voor 'n maand, dat als Lotte... Jessus, wat *n krankzinnigheid, om voor 'n lekker leventje, zonder zorg te danken — en blouses te blijven flikken!”

„Hoor je?... Hoor je?”, triomfeerde Laurie, zich bijna in ’r biertje verslikkend: „en nou beweerde ze vanmiddag nog wel, dat ze ’t om jou dee!”

„Om mij?... Nee, die is goed! Die is éénig!”, lachte Betty zoo valsch-druk, dat 't in de binnenplaats resoneerde: „om mij? Om mij! Hahahaha! Dat ’s om over te vertellen!”

„Dat hèb 'k niet beweerd”, verdedigde Duczika zich onhandig: ,,’k heb haar naam niet in mn mond gehad!”

„Wat zeg je me daarvan!”, ruziede Laurie: „nou hiet ze me liegen!... Heeft ze niet geroepen: En Betty? — heeft ze 't of heeft ze ’t niet, Lotte?”

„Toe, laat mij *r buiten!”, praatte Lotte geeuwend: „wat zanikken jullie vanavond allemaal!”

„Ik vraag of ze den direkteur niet geantwoord heeft, dat ze voor Betty niet uit Berlijn kon gaan?”, hardnekkigde Laurie: „dat laat 'k me verdikkie niet af liegen!”

„Christus nog toe!”, viel Erich fel-domineerend uit — was 't mensch onuitstaanbaar —- om je laatste restant geduld bij op te vreten! —: „wat dondert ’t, Laurie, wat komt ’t 'r op an! Wou jij in Jezusnaam hebben, dat Duczi ook naar zoo’n tingeltangel ging! *k Zou ’n harem mee naar Odessa nemen!”

„Nou verzoek ik je op je woorden te letten!”, zei Laurie, rood van kalkoensche drift: „je mot ’r niet alles uitflappen wat je voor je mond komt! Ben jij van God verlaten!”

133

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.