Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



200 kiesch, 200 onder-den-indruk van ’t nooit-meer-te-vergetene, 200 ’t mekaar met gedachten en gevoelens aanvullen. Gebukt over de onder de naald heenschuivende zalmkleurige blouse, 2ag ze z'n slap-afhangende kleine rechterhand — zonder den ring, ’n rand manchet, 'n streep van z’n mouw — en bij 't prettig-gonzend snorren van ’t vliegwiel en ’t gepruttel van de naald, zei ze telkens weer, eindeloos-dikwijls, en ze moest 'r om glimlachen, dat ze 't als 'n melodie herhaalde, zonder dat een van de anderen 'r weet van had: „lieve jongen, lieve, lieve, lieve Erich!”... Alleen als Betty, de gedrochtelijke leugenaarster — met wat voor stalen gezicht had ze 't gister van Mizzi en den bowl op 't balkon beweerd! — als Betty, net zoo valsch-vroolijk als Laurie, met net zulke manne-lachjes, den jongen student tot mee-doen poogde te prikkelen, hortte 't zangerig gemijmer in 'r hoofd.

„Wel gedorie!” riep Laurie: „wat heb jij toch, Erich! 'k Zou d’r bij gaan zitten en ook is ’n duit in ’t zakkie doen! Anders ben je toch niet zoo koescht!”

,,’t Is hier om te stikken”, verontschuldigde-ie zich: „en *k sterf van de dorst!”

„Ja, 't is heet”, zei Mizzi: „we mosten opstappen, meissies...” Daar wou Laurie niet van hooren. Lotte sloeg 'n doekje om *r schouders, haalde uit de „Stehbierhalle” van ’t hoekhuis, waar 'n halte van auto's was, en waar ze gezellig zaten te kaarten, zes beugelfleschjes „Schultheiss”, maar toen 2e werom kwam, stonden Mizzi en 'r twee door de zon bruin-gebrande dochters toch afscheid te nemen, omdat ze zoo vroeg op waren geweest en morgen, bij goed weer, opnieuw naar Wannsee gingen.

„Veel succes in Mannheim!”, wenschte Laurie, zichtbaar-blij dat de taaie visite verkaste: „en as we mekaar voor de reis niemeer zien, gezondheid en lang leven!”

,,’t Zelfde nicht”, zei Mizzi: „en stuur ons uit Odessa ’n Ansicht, zal je?”

„Zal niet mankeeren”, verzekerde Laurie, op elk van de wangen-als-vergeelde-blaren van 't burgermenschje ’n imitatie-zoen gevend, en fr op de hare 'n klukkerig-drogen ontvangend.

Met 't dichtvallen van de deur, begon op de trap èn in de kamer 't wederzijdsch, gezellige kwaadspreken.

„Wat *n diertje, hè?”, praatte Laurie, 'n beugelflesch an 'r mond zettend, omdat 't zoo lang duurde eer Betty de vuile glazen in de keuken om had gespoeld: „wat 'n godsliederlijk-vervelend

131

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.