Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



Den heelen dag was-ie down, nerveus geweest, zich verwijtend dat-ie Duczi mee naar z’n kamer had genomen, dat-ie zich had laten gaan, dat-ie ’r in z’n hartstocht als ’n scharrel-van-de-straat had behandeld, Christus, de ignobele manier om de blouse van ’r lichaam te scheuren — ’t gemis aan respect — de vernedering — voor haar — voor haar prachtige reinheid — dat ze op z’n bed had gelegen! Hij was ’n ellendeling, ’n schobbejak, ’n schurk — hij was geen schop waard, dat-ie zoo z'n liefde — want, bij God, hij was verliefd — hij aanbad *r — hij vond *r 't gevoeligste, goddelijkste schepsel — had getoond. „Ik zal zoo innig-goed voor ’r zijn”, redeneerde-ie, ’t eene sigarettemond-stuk na ’t andere wegsmijtend, dat ze 't woeste uur vergeet, dat ze weer van me zal houen! Vandaag vindt ze me natuurlijk misselijk, misselijk!”...

’s Middags had-ie in de buurt gedrenteld, om twee was-ie voor de deur geweest, maar bij ’t spelen van de piano en ’t gepraat van de onbekende mannestemmen droop-ie af. Tegen den avond zakte z’n onrust, deed-ie ’n schoon boord en schoone manchetten aan, liet-ie zich nog net voor sluitingstijd scheren, en zei opgemonterd tot zichzelf:... „Ze houdt van me — ik hou van haar — we hebben ’t gewild — 9t is geen misdaad — nee, bij God niet — en ’k trouw ’r zoo waarachtig als ’k van George heb gehouen, zóó als oom Ludwig uitstapt!” Met 't bouquetje boschviooltjes liep-ie toch nog twee-, driemaal ’t huis voorbij, bang voor de eerste ontmoeting na de koorts van den vorigen dag, en nou-ie *t zwoele getocht van de binnenplaats in z’n nek voelde, en ’r bleek, zachtzinnig gezichtje met de om-kringde, bruine oogen bij 't gesnor van de naaimachine boog — dat moeie, geduldige lijdensgezichtje onder de kap van de helsch-heete lamp — nou most-ie zich op de lippen bijten, om ’r niet in z’n armen te grijpen — en 'r vergiffenis te vragen. Vergiffenis, 'n Ander woord viel ’m niet in. De engel... De stakker... ’t Schat-van-’n-kind, dat zich in die hette weer afbeulde, terwijl Laurie over ’t engagement lei te teemen, en Lotte om de halve minuut 'n rijgsteekje dee.

Duczi, met ’n neuriënd slippen van ’r adem voortwerkend, alleen kort, snel, angstig-glimlachend naar ’m kijkend, als ze aan ’t geluid van de stemmen merkte, dat niemand op ’r lette, verwonderde zich niet over z’n stil-zijn, z’n niet aan 't gesprek deelnemen, z’n vanavond in geen enkel opzicht op den ouden, luidruchtig-schellen Erich lijken. Zoo had ze ’t zich voorgesteld,

130

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.