'r niet met groote woorden — ze had nog nooit ’n dochter gedwongen, vertelde ze, ze deed passief. Tolstoiaansch-geduldig, telkens slaperig-tam verzekerend, dat Fritzi zelf zooveel gezond verstand bezat, — om geen tienduizend kronen in ’t jaar — met vooruitzichten — weg te smijten! Driémaal had Fritzi daar tegen in beweerd, dat ze „z’n gezicht niet meer wist" — driemaal zei Mizzi met slijmerig-gesloten oogjes, dat ze ’t gezicht „lang genoeg" voor zich zou zien, as ze getrouwd was — toen bleef de dochter zeurig geeuwen, en *t licht van de lamp, waarbij Duczika te zweeten zat, sloeg vonken in ’t goud van twee geplombeerde tanden.
Betty, om half negen uit ’t Kaufhaus gekomen, maakte een oogenblik ’n gek figuur. Pas had ze gisteravond verteld dat ze bij Mizzi op ’t balkon niet minder dan Perzikenbowle had zitten pimpelen, en daar zei Mizzi langs ’r kleinen, spichtigen neus weg: „Wel dag Betty! Wat hebben we mekaar in geen langen tijd gezien!' ’
Daar keken Laurie, Lotte en Duczi mekaar lachend bij aan — en daar kreeg Betty ’n kleur bij, of ze ook minstens ’n week met Alice, Maud, Fritzi en Eva, onder toezicht van de nooit badende moeder, in 't zonnebad had gelegen! Gelukkig kon ze ’r overheen brabbelen, omdat — of-ie met 'r mee was gekomen! geen twee seconden later Erich aanschelde. Zoo vroeg kwam-ie zelden. En zoo gedwongen, haast houterig had-ie nog nooit z’n entree bij zooveel menschen in de kamer gemaakt. Duczi gaf-ie amper ’n hand, maar bij wijze van attentie lei-ie ’n bouquetje naast de machine.
„Me nicht Mizzi en me achtemichies Fritzi en Maud — meneer Erich Schüler”, stelde Laurie voor, en met ’n rammelenden mond, ’m verwijtend dat-ie gisteravond niet op was geloopen, zei ze ’t groote nieuws, ’t ongeloofelijk nieuws van Odessa, waar Lotte — Mizzi knipperde met de oogleden op-indutten-af — zes honderd Mark in de maand, met reiskosten tweede klasse vrij!, ging verdienen, ’t Contract zwaaide ze in ’r hand, ’t ’m niet gevend, omdat ze bang was dat hij met z’n ouwe driestheid ’t juiste bedrag zou verrajen.
Betty droeg ’n achtsten kapotten stoel uit de keuken aan — meer zitgelegenheden waren 'r niet — in de kamer had je vier stoelen en ’n pianokruk — in de slaapkamer twee stoelen met stukkende zitting — Erich bleef tegen ’t raamkozijn leunen, de volte verwenschend.
9 129