Na de opwindende onderhandelingen, 't soupeeren in ’n Wein-restaurant, 't wakker liggen tot den ochtendschemer, ’t opgeprikt zitten in de benauwde kamer, 't dansen en de zenuwspanning of de direkteur niet terug zou krabbelen, was 'r 'n zonderlinge leegte in 't huis.
Gisteravond scheen ’t 'n onverhoopte verrassing, nu met 't contract op de tafel en 't honderd-Mark-papiertje 'r naast, had Laurie de knagende sensatie, dat ze te gauw toe had gehapt, en Lotte, zweetend, den krans papavers aan ’n haarspeld bungelend, voelde ’n plotse, downe chagrijnigheid, die 'r kattige dingen dee zeggen.
„God, Duczi, wat heb-ie je angesteld! Wat 'n manieren, om 't gezelschap in den steek te laten, en je in de keuken op te sluiten! Misselijk, hoor! 'k Schaam m’n oogen uit m’n hoofd!”
„Ja, en dat gesmijt met de deur, gedorie!”, zei Laurie giftig: „en dat vierkant weigeren mee te gaan! Wat verdien je met je stinkende blouses?... Wat brengen blouses, waaraan Lotte, Betty en ik, zonder 'n uur vacantie, zitten te sappelen, wat brengen ze in?... Vijftien Mark, gedorie!... Vijftien en ’n halve Mark in drie dagen en drie nachten!... Maar da’s uit! Is zien of ik as moeder niks meer in heb te brengen!... Jij zegt nee — ik zeg ja!... Vijfhonderd Mark in de maand!... Zes duizend in ’t jaar!... Pik daar je oogen voor blind!... Uit hoor!... 'k Zeg nog vandaag de woning op, ’k laat de piano weghalen en de rest gaat na de Vendu!”
„Ach kom!”, suste Duczika kalm door de zekerheid, dat ’r niets van kwam, dat ze ’t natuurlijk niet dee: „laten we de huid van den beer niet verdeelen, Laurie-lief, voor-ie geschoten is! Kijken jullie de kat in Odessa uit den boom, dan kan ik nog altijd nakomen, als ’t bevalt!...”
„Wel gedorie!”, vloekte mama: „ben ’k niet oud en wijs genoeg, om te weten wat goed voor ons is! Denk je dat ’t smerige Berlijn ons ooit terug ziet?... ’k Zeg de woning op!... ’k Gooi onze toekomst niet weg!...
„Ach kom! Ach kom!”, herhaalde Duczika of ze met ’n ondeugend kind sprak — de eenige methode, om met Laurie om te gaan —: „je zegt de woning op! Uitemetuit en ’t sprookje is uit! Hij zal je drie maanden huur schenken! Hij zal je per-miteeren de meubelen op je vette schouwertjes te nemen, Laurie, hahaha! De huur van deze maand heb je zeker ergens in 'n kous
125