Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



van zn vriend met gebaartjes of-ie hardop zei, dat ’s nog allemaal niets! De goeie nummers moeten eerst komen!

Duczika preludeerde — de kanarie, door de piano en 't drukke gepraat weer op dreef, spitste z’n geluw bekje, builde z’n strot, zong met gurgelend geweld over 't gezellig rumoer heen. ’t Liep van ’n leien dakje — ’t beloofde botertje tot den boom — tot Lotte plotseling zoo niet aarzelde, dan toch houteriger van beweging en passen werd.

„Allons! Een-twee-drie! Een-twee-drie-vier!”, vuurde Palou aan, de melodie met ’n ta-tata-tata-tataaa mee-neuriënd.

Lotte reageerde niet. In plaats ’r hoofd rechtop, t hals achterwaarts gestrekt te houden, keek ze tegen alle traditie en alle onverwoestbare voorschriften in, naar ’t vloerzeil, trippelde ongelijkmatig, of ze moe was.

„Allons! Allons!”, riep Palou ongerust.

De direkteur glimlachte. Die begreep. En trok z’n lakschoenen op n sport van den stoel.

Over ’t linoleum, uit de keuken verdwaald, of door ’t gedreun van den vloer in hun familieleven tusschen de naden van den steenen kachel gestoord, waggel-draafden drie kanjers van Schwaben.1) Anders kuierden ze eerst tegen den avond — nu door rt ongewone ruimen der kamer en ’t opnemen der vloer-kleedjes vermoedelijk ontstemd, verblind door ’t schelle daglicht en door Lotte’s dansschoenen den kluts kwijt, schoten ze driftig-nerveus vooruit en weer gejaagd achter de beschermende stoel-pooten.

„Jessus, Jessus”, gilde ’t in Lotte’s rood-wordend hoofd: „wat zal-ie van ons denken!”

Laurie, kippig, lette in ’r tooneelmoederlijke aandacht niets op, Duczi, speelde met ’r rug naar ’t onheil.

„Allons! Tatatatata!... Tempo! Tempo!”, riep Palou.

Toen toonde Lotte ’n verrassende en den directeur met vlag en wimpel veroverende tegenwoordigheid-van-geest. Ineens sneller van pirouette, met de voetlansjes, die ze merkwaardig in bedwang had en die met nauwelijks ’t oppervlak van twee teenspitsen ’t zeil raakten, zat ze den vadzigsten, bruin-loggen smakker op z’n Schwabe-hielen en betrad 'm zoo sierlijk, dat 't 'n aesthetisch genoegen was 't te observeeren. Dan even zeker van ’r zaak, even schitterend-handig, keilde ze den tweeden met 'n

1) Schwaben: bakkerstorren, die in vele oude Berlijnsche huizen voorkomen.

119

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.