„O, nee”, loog Laurie: „mijn oudste dochter heeft ’n bijzonder métier gekozen. Die verdient zooveel geld als ze wil met kunst-naaldwerk!”
„Jammer”, zei de direkteur: „bijzonder mooi meisje! Compliment, mevrouw! U is een gelukkige moeder!”
Laurie boog in ’r stoel, als Koningin Elisabeth in „Maria Stuart”. Ze had den gedistingeerden, ouden heer, den welver-zorgden vieux-beau om z’n hals kunnen vallen, deed ’t waarlijk bijna, toen-ie haar, Lotte en Palou gratieus inviteerde met hem ’t „Abendbrot” in 'n restaurant te nuttigen. Zulke voortreffelijke manieren had alleen ’n direkteur uit ’t buitenland!
Juffrouw Ginzel kreeg den huissleutel — dien van de voordeur, beneden, namen ze mee. 't Werd ’n latertje. Eerst om een uur keerden ze druk-pratend, niet tot bedaren te brengen, mekander de woorden en nieuwtjes afsnoepend, opgewonden door 't vooruitzicht van den komenden dag en door 'n paar flesschen „Deut-scher Schaumwein”, in de woning terug. Duczika, die op de sofa in was geslapen — 't was 'r nog nooit gebeurd, letterlijk nooit, bij zoo'n onbegrijpelijke herrie in de kamer, zonder naaimachine, zonder gereedschap, had ze liggen wachten, en was al soezelend ingetukt — Duczika luisterde met ’n gesloten hoofd naar de
explicatie van 't wonder, glimlachend knikkend, zich over de
uitkomst verheugend — meer met 'r gedachten bij haar wonder, haar geheim, haar geluk. Betty, 't laatst van allen op stok — ze was, zei ze, bij nicht Mizzi op visite geweest, had fijntjes op Mizzi’s balkon bij 'n perzikenbowl zitten pimpelen, — vond ’t leuk, 'n heele surprise, maar nam 'r den „zegen” af door 'r opmerkingen, dat Mizzi met 'r vier dochters ook 'ns in Rusland — in Riga of zoo — gegasteerd had — en dat *t daar ’n pan in de Variétés moest zijn! Je teekende contracten, die je maar half begreep, en as je d r eenmaal was, was je an de joden over-geleverd...
„Daar heb je haar weer”, zei Laurie op slag kijflustig — weinig was 'r toe noodig, om 't weerhaantje te doen omslaan —: „kies niet — en hou je wijsheid voor je! — ik ga niet over 'n nacht ijs! Mizzi ken dat gebeuren — mij niet!
Duczi, droomerig-stil — God, wat was ze in 'r sas, dat enkel juffrouw Ginzel 'r had zien thuis komen! — Duczi wou de
machine, de doozen, ’t naaigerei nog uit de keuken naar de
voorkamer terug-verhuizen — geen denken an — dubbel werk! — morgen om twaalf uur kwam-ie!... Dan most ze *t werk maar
115