gehaald — Palou geloofde z n oogen niet, toen Lotte zonder mama verscheen, onderstelde onmiddellijk lugubere motieven. En onder de les, zei-ie herhaaldelijk onbeschrijfelijk-galant, dat-ie Laurie in den stoel miste. Ja, waarlijk! Of Lotte dan aan 'r mama de boodschap wou overbrengen, dat-ie ’n direkteur van n eerste-klasse-Variété, ’n over de heele wereld bekende inrichting wachtte — dat-ie al present had moeten zijn, als de trein op tijd was geweest — dat-ie zich veroorloven zou met dien direkteur aan te komen, als Laurie tenminste niet te ongesteld was, en ’r geen bezwaar tegen had 'n kontrakt voor Odessa te teekenen...
Letterlijk gillend, door 't dolle heen, juffrouw Ginzel, die 'n oogje op de „zieke" hield, bijna ondersteboven cancaneerend, orkaande Lotte de kamer in. Eindelijk! Eindelijk, als 't lukte! Hoera! Hoera! Eindelijk in 't publiek optreden!... Niet in ’n ballet!... Alleen!... Solo!... Je oogen niet langer an smerige blouses bederven!... Eindelijk! Hoera!... Hoera!
„Nou", zette Laurie r den domper op, hoezeer ze inderdaad glad-geëlectriseerd en met ’n paar eens zoo groote oogen, van de sofa, waarop ze — 'n heel eind bij gekomen — ’n cigaret had liggen rooken, sprong: „nou laten we afwachten, hè?... Palou heeft al zoo dikwijls van die luilekkerland-dingen gefantaseerd... 't Zal wel weer ’t ouwe, miezerige liedje zijn: waar je al opgetrejen ben?, en of je kranteknipsels kan laten zien?... Toe schei uit met je plezier voor je reden heb!... Schei uit, Lotte: me kop barst!"
Juffrouw Ginzel wou 'r ook 't hare van zeggen, dat je de huid van 'n beer niet verdeelen most, voor je ’m geschoten had, dat ’r altijd hommeles kwam, as je je hand dichtkneep voor je amen zei, dat wie voor 'n stuivertje geboren was... en zoo voort, maar Lotte liet 'r klessen, danste de slaapkamer in, en Laurie, die de deken en ’t kussen van de sofa begon te redderen — zelf! — ze was uit 'r gewone doen! — keek ’r met 'n zoet-lieven lach, nou ze ’r niet meer noodig had, naar *r eigen appartementen terug.
Werd dat 'n jachten, 'n hurrie, 'n verwenschen omdat Duczika, die 'r zoo den slag van had de kamer te ordenen, op zoo’n ongelegen oogenblik de stad in was!... Lotte, aan zichzelf denkend — en terecht: ze kwamen voor haar en niet voor Laurie! — troste *r prachtig-lang haar voor den slaapkamerspiegel, zette zich zwarstel onder de oogen met 'n ris afgebrande lucifers, stopte zweetend de hielen van ’n paar schoone kousen — op de les had ze in de andere gaten getrapt — verschoonde zich, omdat
111