Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„Duczi!”

„*k Heb nooit rustig op straat geloopen, altijd, altijd was 't 't zelfde... En *k had geen recht 't kwalijk te nemen... Vader dee net zoo...”

„Net zoo?”, vroeg-ie zacht.

„Vader”, vertelde ze: „zond Lotte en mij, toen we kinderen waren, en als Laurie optrad, de kamer uit — om — om met de dienstmeisjes alleen te zijn. Dan hoorden we 't lachen, 't gillen. Eens ben 'k toch, zooals 'n kind doet, binnen gekomen, en zag iets vreeselijks, vreeseliiks... Toen kreeg 'k slaag...”

„De ploert!”

„Dat was”, zei ze met 'n smartelijke uitdrukking op 'r gelaat: „onze jeugd. Lotte heeft 't minder dan ik opgelet en Lotte heeft 'n onverschillige natuur, Goddank! Later dronk-ie. Hij dronk altijd, maar de laatste jaren zoo krankzinnig veel, dat ’k 'm geen zoen meer wou geven. Ons sloeg-ie en Laurie ook. Laurie kon 'm niet luchten. Die had — die had, maar dat moet je nooit laten merken — hoor je Erich? — ook niet aan haar — die had meer dan één ... Dat kan 'k niet uitspreken... Je begrijpt me, niet?... Ik, ik kreeg speelgoed — dan van dien — dan van 'n ander... Als hij, vader!, vader!, op reis was, mochten Lotte en ik niet in de slaapkamer naast de hare blijven... Zien deeën we niks... Hooren!... Toen kwam 't groote, erge schandaal — ik was veertien en speelde met poppen — nee, niet zoenen, lieve jongen: — *r duelleerden twee mannen om — om m’n moeder — 'n cavalerie-officier met drie kinderen met *n student... 'k Had van allebei speelgoed gekregen... De cavalerieofficier werd dood naar zn vrouw gedragen — de student maakte zich 'n dag later van kant, omdat Laurie 'm niet wou ontvangen... Vader las in den trein 't nieuwtje. En liet zich scheiden. En trouwde 'n paar maanden later n ander. En bij die ander heeft-ie drie kinderen, en die worden misschien ook de kamer uitgestuurd, als-ie met dienstmeisjes...”

Met 'n hartstocht, 'n haat, 'n woede in *r stem, als-ie nooit in 'r vermoed had, was ze opgesprongen, betrommelde de ruiten met nerveus-kletterende, als hamertjes kloppende vingertoppen.

„We hebben geen van twee — geen van twee jeugd — wat je noemt jéügd-herinneringen — Duczika”, sprak-ie triestig, en omdat ze voor 't raam bleef, stond-ie op, lei de handen op 'r schouders, dwong 'r heel zacht, zonder fn schijn geweld, naar rm te kijken.

106

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.