Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„Had je dat wel *ns meer”, drong-ie bezorgd aan, en met moedertjes-gebaar streek-ie 'r opwarrend haar glad.

„Nee”, glimlachte ze, als ’n kind nahikkend: „hoe zou *k dat óóit gehad kunnen hebben!... Ben ’k ooit, ooit zoo gelukkig-op-sterven-af geweest?”

„Duczika!”

Hij hield ’r op z'n schoot — maar had ’r geen zoen kunnen geven, 'r niet kunnen omstuimigen zooals ie ’t in de slaapkamer gedaan had, toen-ie de spelden in z’n mond greep.

'r Hals was ontbloot, r schouders zag-ie naakt —: wat ze zei was zoo rein, zoo goddelijk-heilig, en waarom ze gesnikt en gekreund had, leek 'm zoo teer, zoo broos, zoo aanbiddelijk-schaamtewekkend, dat-ie enkel z’n wang tegen de hare drukte.

,,’k Weet niet wat 't was”, begon ze zich te verontschuldigen: „en 't spijt me schrikkelijk, schrikkelijk: 'k móést huilen, Erich, lieve, lieve Erich... Als je me nou maar niet afschuwelijk kinderachtig vindt...”

„Nee, engel!”

„*k Dacht — verbeeld *k me — verbeeld *k me: ’k weet ’t niet meer... — dat al die vrouwen moesten snikken — zoo zot dacht ’k ineens — en dan — zoo’n uur komt nóóit weerom — nooit meer...”

„Nog duizend, honderd-duizend maal!”, zei-ie, de slippen van de blouse rond 'r hals toetrekkend.

„Niet dat uur — niet *t éérste uur”, antwoordde ze met nieuwe tranen in de gazellen-oogen: „misschien is ’t sentimenteel van me — *k weet 't niet, 'k lach 'r zelf om... misschien komt ’t daardoor, dat 'k nog nooit twee menschen zoo gelukkig heb gezien — als wij — wij twee...”

't Schemerde sterker in de kamer. De potten met de preparaten glansden parelmoerig — door de ruiten traagde 't door wolken onderschoven licht, of 't avond werd. Benee zongen de kinderen van de buurvrouw, die 'r achterkamer aan de grondwerkers verhuurde en van de straat dommelde ’n gestadig, verklit, domp-reutelend rumoer.

Even zwegen ze, even keken ze naar ’t schorrig, met 'n paar stommeltikjes afloopend wekkertje. Zeven uur! Pas zeven. Waren ze zoo kort samen?

,,’k Had”, babbelde ze, de oogen sluitend en de handen gevouwen om z’n hals: „*k had voor drie maanden niet kunnen denken, dat ’k óóit van n man zou houen...”

105

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.