Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



'r met zn arm om 'r middel verklaarde, keek ze angstig, groot-oogig ’t raam uit.

„Dus zoo...?”, begon ze, kil-van-verwondering, omdat ze ’t zich altijd anders gedacht had.

„Zoo”, zei-ie ernstig, ’t naar en onprettig vindend, dat ze ’t in ’r witte handen hield: „zóó...” — dan ’r den pot afnemend, sprak-ie snel, opzettelijk-schel: „zoo is ’t begin van ieder verschijnsel met ’n hoogen hoed, ’n kerkboek, ’n toga, epauletten, ’n kouponschaar! Zoo heb jij ’r uitgezien, zoo heb ik m’n entree gemaakt! God weet wat ’n genie in hem of in haar is verloren gegaan! En God weet hoe-ie geboft heeft, dat ie z’n vader en moeder niet heeft leeren kennen!...”

„Hoe kunnen jullie zulke akelige dingen bewaren!”, sprak ze verwijtend, en weer even later keek ze naar den doodskop zonder onderkaak in zijn „afdeeling”. Van ’t spichtige neusbeen tot de glazen doos met torren en vlinders had ’n vetlijvige spin 'n net geweven. Juist vloog ’r ’n vliegje in, dat door ’t dier met gretige woede werd besprongen.

„Jakkus, wat heb je daar an”, herhaalde ze, toch met ontzag voor zijn weten van dingen, waaraan zij nauwelijks dacht: ,,’k geloof niet dat ’k zoo’n doodskop in m’n kamer zou willen...” Hij lachte, ’t Lag ’m op de tong r cynisch op los te spotten. Droeg niet elk mensch zoo’n ding met zich rond? ’r Angstge-zichtje, ’r klein-vrouwelijk benepen doen, 'r stil worden, hielden ’m van studentikooze uitvallen, waarop-ie Poldi trakteerde, terug.

De keuken met de ratten wou ze niet in, maar de slaapkamer van zoo twee vrijgezellen, die zelf hun huishoudentje deeën, móést ze zien. Daar kwam ze op dreef. Daar was zij de baas. Hemel, niet eens ’n fatsoenlijk gordijn voor de ramen! Enkel ’n door twee spijkers gehouden lap voor ’t inkijken! Precies ’n schildersatelier! Nou zij zou zorgen, dat 'r ’n stel tulle kwam! Die bracht ze den volgenden keer mee. Die kreeg je in ieder Kaufhaus voor niemendal! En dan de ruiten! Of-ie dacht dat de regen zulke angebakken kozijnen ooit schoon kreeg, hahaha! En wie z’n kousen stopte?... En wie de wasch dee?... En wie de bedden opmaakte?... Om beurten?... Was ’t vandaag Pol z’n beurt geweest?... Hemeltje, wat ’n toestand, wat ’n bestaan!...

Vroolijk, als ’n pas uit ’t nest gekwiekte jonge vink, sprong ze van den hak op den tak, dicht tegen ’m aangeleund, ’r arm om z’n middel, ’m zelf in ’r verliefden overmoed kussend en kussend. Was dat ’n heerlijkheid zoo met je tweetjes te zijn —

101

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.