Drie tooneelstukjes: Puntje, Het antwoord, De onbekende

Titel
Drie tooneelstukjes: Puntje, Het antwoord, De onbekende

Jaar
1899

Pagina's
39



7

TWEEDE TOONEEL.

'De Pastoor, Smit, Blok, Pannebroek.

De Pastoor. Kom binnen, kom binnen. Wel hoe gaat ’t ’r mee? Excuseer dat ik even liet wachten. Bezigheden, bezigheden, altijd bezigheden. Ga zitten. Ga zitten. Hier heb je sigaren. Vlammetje? Waar zijn de lucifers? Waar zijn de lucifers? Hiér zijn de lucifers. Steek je niet op, Smit? Zet ’r maar gerust de brand in, man!

Smit (bleek; baardig, met blauwen bril). Liever niet, mijnheer de pastoor, liever

. niet. ’k Zou ’t nog maar niet doen voor me oogen.

De Pastoor. Altyd nog sukkelen ? Hier heb je een vlammetje, Blok — Wel, wel!

Smit. Altijd. Altijd. Ze gaan eerder achteruit. Die dampen weten wat.

Pastoor. Ja, zoo’n chemische fabriek is niet gezond, niét gezond. Hoe gaat ’t met, met, met . . . Hoe heet-ie ook weer?

Pannebroek. Dobbelman ?

Pastoor. Juist; Juist! Dobbelman. Is-die al weer op de fabriek?

Smit. Neè. Neè. Hij kan nog niet loopen. ’t Lijkt wel of z’n merg is angedaan. As je eenmaal loodvergiftiging te pakken heb, ben je bakker-an. En dat duurt nou al maanden. Wat zal je er aan doen? We krijgen allemaal onze beurt. ’tBesIe is te berusten. En te denken dat God ’t wil.

Pastoor. — Dat ’s als een man gesproken. Een ieder heeft zijn kruis. En ’n goed christen kijkt verder dan deze aarde (strijkt een lucifer af). Je brandt in Pannebroek. Zoo heb je ’r geen plezier van. ’tls ’n sigaar van den Bisschop. Goed sigaartje, wat? Havanna-dekblad. En wat hoor ik zoo: ga jjj huizen koopen?

Pannebroek [mager, voortdurend lachend, snor en sik). Huizen! . . . Huizen . . . ’kW'ou dat ’t waar was. Nee hoor! Nee hoor! ’tls maar ’n hypotheekie van me vrouw’s kant.

Pastoor. Nou da’s ’n goed begin. Wat zeggen jullie?

Pannebroek . . . ’nRentetje van niks Maar 'tis altijd wat. Dat zeg ik ook. En zoo stom van me broer Simon dat-ie me vrouw’s zuster niet genomen het toen ze nog vrij was. ’kHad ’t ’m zóó gerajen en nou blijft-ie wat-ie is.

Pastoor. Nou, nou! De onderwijzers hebben niet te klagen. Die verdienen fatsoenlijk d’r brood. Wat verdient-ie? Is ’t niet óver de zes?

Pannebroek. Vierhonderd — en dan van ’t orgel ’n vijftig en met de dood-graverij . . . da’s ongelijk. — Alles bij mekaar ’n kleine zeshonderd gulden.

Pastoor. Juist als ’k zei. Kun je daar met drie kinderen niet fatsoenlijk van rondkomen? Maar ’tis de ontevredenheid, de zucht naar genot die de begeerten opdrijft! Anders niét. Apropos, apropos, je moet aan je broer zeggen dat-ie me gisteravond heel erg teleurgesteld heeft met niet te komen kaarten. Verleden week heeft-ie me ook in de steek gelaten. Dat vind ik niet netjes, hèelemaal niet netjes. Wie heeft doorgedreven dat hij benoemd werd? Wie heeft’m voorgedragen voor ’t orgel? De afspraak was dat-ie twéémaal per week zou komen kaarten. Versta-je: dé afspraak? ’tls hier’n kleine plaats niet? En an’n afspraak moet je je houen.



Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.