Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



Toen zei hij, en zijn ogen hadden parelmoeren schampen bij de doorschijnend-blauwe lichtenis van de zomeravond: ‘Ze kommen niet terug, tante — je zal zien: ze kommen niet terug. Anders waren ze er geweest. Denk jij, dat jij ze nog ziet?*

‘Vast en zeker,’ zei tante Toos, en haar ogen, met dezelfde parelmoeren dwaallichtjes, zogen zich aan de hemel, boven de lage daakjes, vast: ‘vast en zeker, grote schat, het kan lang, het kan kort duren, maar ik zie hem terug.’

‘Ik denk, dat je jokt,’ zei hij benepen ernstig. ‘Want het bril-lespook van hiernaast zeit dat ze in pakkisten weg zijn gedragen.’

‘Dat Hegt dat kind,* ontkende tante Toos.

Twee dagen later, omdat Kobus het weken lang bleef verdraaien in de mijn af te dalen en werk buiten Heerlen had gevonden - de fletse Duitser, die glasblazer geweest was, had hem aan karwei geholpen - kwam de vrachtrijder het boeltje, dat ze niet aan anderen hadden overgedaan, afhalen, en toen hij had opgeladen, gingen ze met hun vieren naar twee grote tuinen.

Tante droeg Magdaleentje, schoontjes ingebakerd; Kobus het ventje, dat zijn beste kleren aanhad.

In de ene tuin waren veel groen beslagen paaltjes en lagen grote marmerplaten op de grond - in de andere, een eind verder, zag je net zulke grote kanjers van stenen met gouden letters er in en bloemen en kruisjes.

Er liep een heuse dame, helemaal in het zwart, met een sluier voor haar gezicht en die huilde verschrikkelijk.

En tante Toos, die met Magdaleentje in haar armen, eerst bij een en toen nóg eens bij een kruis knielde, begon zo te snikken, dat Kobus haar met een dikke stem moest zeggen: ‘Kom nou, moeder, daarmee win je niks, en je maakt er het kind mee van streek.’

In de andere tuin, waar een zwarte vogel met gele poten telkens aanloopjes nam en met rukken stilstond, om in het wui-erend gras wurmpjes te slokken, nam Ko de hoed van het hoofd, dat de stralende zon zijn blote knikker bescheen, en de jongen voorover buigend bij een paaltje met grassprieten en driekwart verdorde bloemen, zei hij:

‘Je mag er van meenemen.’

251

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.