Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



was - moeder was zonder te ontbijten, zonder haar hoed en mantel, - die hingen nog in de voorste kamer achter het gordijn - ineens weggegaan - naar Amsterdam, met vader - en die hadden zo’n massa boodschappen te doen, zo verschrikkelijk veel - dat ze telkens weer een dagje langer overbleven - Magdaleentje en hem helemaal vergaten - dat had noch tante, noch Ko hem op die manier verteld - maar uit het eromheen praten, de ontwijkende antwoorden, als hij wat vroeg, had hij het zo begrepen. Er waren ogenblikken, vooral tegen het aangroeien van de avondschemer, als het scheller gejoel der spelende kinderen buiten en het gieren der zwaluwen het druilen van de avond wilden tegenhouden, dat hij weer net deed, als toen op de arm van Kobus, geen woord sprak, zelfs niet blij was als ze iets voor hem meebrachten, maar met grote angstige ogen over de dingen heen zat te dromen.

Dan zag hij plotseling, of hij er niet uit weg was geweest, of hij er zo pas van geschrokken was, de huiskamer met de grote scheepjesklok en het ingetrapt deurpaneel, toen hij met Magdaleentje naar de zolder gevlucht was, en bovenop het luik was gaan zitten, om de inbreker, als hij hem of zijn zusje wilde stelen, tegen te houden. En dan droomde de kleine zolderkamer, waar hij zich zo zalig bij zijn prenteboe-ken kon inspinnen, met de kleine werkbank en vaders won-derdoos, op hem toe — en de regenachtige zondag, toen hij voor het eerst zingen in de wolken gehoord had, en bang voor de onze lieve Heer van de turf schippers vrouw was geweest - en grote broer hem duidelijk had gemaakt, dat je allemaal een elektriek lampje ronddroeg - en hoe de tamme kater met de groene lichtjes in zijn kop, beneden de trap had zitten wachten - en hoe moeder in het grote bed lag, toen het lelijke Magdaleentje met het melkboereknikkertje gekomen was - en hoe jaloers hij was, omdat het schaap geen horrelvoetje, zoals hij had meegebracht - en hoe hij, de dag, voordat ze zijn zusje werd, de stoel op het tafeltje had gezet, bij Peerie en Meerie in de goot was geklommen, bij het nest met de boterbekkiesjongen en de dakpan naast de wastobbe van de benedenbuurvrouw was gevallen, vader hem bij zijn kiel door het dakraampje terug had laten glijden, hem een paar suizende klappen om de oren had gegeven, klappen, die niet eens pijn deden, en moeder hem zo

249

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.