Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



had bij alles, zelfs bij ruzie te glunderen, bleef er een grijns om haar mond, ook als ze over de verdrietigste dingen dacht. Ze had, zei tante Toos, watervrees. Ze waste amper haar kopjes en schoteltjes, omdat je geen thee kon drinken uit kommen met vastgebakken suiker en koffiedik. En omdat ze nooit met vijandig koud water in aanraking kwam, waren de gleufjes bij haar slapen zo zwartlijnig, of het daagse stof er zich in had vastgevreten. Dat goedig wijfje, haar zonnigste lach met de tandzerkjes, aan het kereltje op het bed spenderend, boog zich nu over hem. Haar haarslieren kringelden van onder de veter, waarmee de wrong gebonden was, over haar voorhoofd en langs haar ogen. Een toverkol kon er niet erger hebben uitgezien. En die kol vroeg niet of het mocht, of hij het wilde - die tilde hem zomaar uit het bed en droeg hem de trap af.

De mondharmonika in zijn linkerhand knijpend, hield hij zijn gezichtje de andere kant uit, om het jak, dat in rokende turf gedroogd scheen, niet te ruiken, maar het hielp geen zier, want midden op de trap wentelde ze hem om als een varkenslapje in de pan, zo handig, en gaf hem met haar kleine lippen een lillende zoen, die hij niet dadelijk kan afvegen, omdat ook de rechterhand in beslag was genomen door het zich vasthouden aan haar uitgewipte korsetbalein.

‘Gos, gos,’ hijgde ze op de onderste treden, ‘wat ben jij zwaar. Jij weegt meer as Mientje. En nou kom je bij mijn je boterham opeten. Had je niet gedacht, hè? En as je met je boterham klaar ben, mag je spelen met me dochter en met me nieuwe hondje. Dat is fijn, hè?’

Hij antwoordde niet. Er kwam geen geluid van zijn lippen. Met gesperde, gefolterde ogen zocht hij de lege huiskamer, de lege keuken af. Niemand. Moeder niet, grote broer niet, Ko niet - het stormde zijn hoofdje door in volgorde van genegenheid - tante Toos niet, Blauwbaard niet. Enkel de damp van het water uit de tuit van de op staande ketel. Even zenuwde het in hem zich uit de vreemde armen los te rukken en om hulp te krijsen, maar de verlatenheid van het woninkje, waardoorheen het flardenvrouwtje hem droeg, overgutste hem met bevende verlamming. Langs de rabarber-plant - het tussenhegje door, droeg ze hem het eigen huisje binnen - net zo gebouwd, met dezelfde woonkamer, dezelfde keuken, dezelfde trap, en zette hem in de armstoel van

235

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.