Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



‘Moeder Maria, wat mot dat nou - wat mot dat nou?’

Ze schrompelde weg in haar verdriet. Ze was ineens een klein hulpeloos vrouwtje, dat zich niet tegen de klappen van het noodlot wist te bergen. Maar de furie over haar liet haar los. Die dreigde met verknepen vuisten. Die gilde dat de mensen bij het voortuintje het hoorden. Die stond met een lijkwit gezicht en glazige ogen. Die zag enkel de vrouw, die hadr man geduld en gehaat had.

‘Waar is Koert?’ schreeuwde ze zo rauw, dat haar stem oversloeg. ‘Wat ken me die vent schelen, die hem altijd dwars zit! Waar is Koert? Versta je niet, Ko, of ik pak je in je lurven! Waar leit hij? Waar hebben ze hem gebracht? Als je niet antwoordt, as je je bek niet opendoet, stuk ongeluk!’ ‘Bedaar nou, Riek,’ trachtte Kobus, die haar met verschrikte gezwollen ogen stond aan te kijken, te overtuigen - van de zachtzinnige, meestal opgewekt-glimlachende jonge vrouw, die zich nooit verzette, die vanzelf deed wat haar man of haar zuster van haar wilde, was niets overgebleven. ‘Bedaar in godsnaam. Daar ken niemand wat tegen. Daarvoor mot je moeder niet... En het is toch niet zeker, dat ze er niet levend onder vandaan worden gehaald. Ik ben enkel kommen waarschouwen. Ik mocht niet mee terug in het gat. Ik hoorde het pas, toen ik me gewassen had. Toen ben ik as een razende tekeer gegaan, dat ik niet met de ochtendploeg weerom mocht...’

‘Mijn houwen ze niét tegen!’ schreeuwde moeder.‘Mijn houdt geen duvel tegen. Ga mee, Toos! Schiet op, Toos! Sta niet te jengelen! Vooruit! Vooruit!’

‘Wees verstandig!’ vocht Kobus, er het laatste geheim uitflappend, ‘ze leggen onder een berg stenen, waar geen door-kommen an is - en ze geven geen asem! Gedorie loop nou niet weg! Koert heb een lading te vroeg laten springen -toen heb de volle laag ze... Ze ruimen al een paar uur lang. En je wordt er niet bij gelaten. Als ze mij met geweld van de brug af zetten, wat wou jij dan...?’

Moeder stond verwilderd te staren en met de oogleden te knipperen, of ze het licht niet verdroeg. Toen deed ze in een verbijsterde geslagenheid iets over het dolle heen. Ze had het aardappelmes uit de openkierende tafella te pakken, wrikte het in haar hysterisch geklauwde hand, en als Ko haar niet woest bij de pols had gegrepen, zou ze er zichzelf

232

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.