Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



Ze vroeg het met trillende, witte lippen, en terwijl ze het vroeg, klauwde het wrede beest, dat haar al eens de keel had dichtgeknepen, haar strot dicht - ze vroeg in de lege verwildering van het ogenblik — ze vroeg in een zwiepende kolking van de dingen om haar hen - ze vroeg met na knetterende echootjes in de wijkende ruimte van haar hoofd... Ze had niet te vragen - ze wist - het antwoord was haar al toegegierd door het verwrongen huilgezicht van de jongen, die zich nog nooit wat had aangetrokken en die nu met de ruwe handen, met de blauwe koolwondjes, zijn natte ogen zat te wrijven.

‘Waar is - waar zijn...?’ hortte het in tante Toos’ angstge-zicht.

‘Ze zitten benejen vast, Gerrit en Koert,’ probeerde hij te praten, en nu hij er bij opstond biggelden de dikke tranen over zijn gezicht. ‘Ik kom effe waarschuwen. Dan weet je het. En ik hol weer terug. Dan hoef je niet ongerust te zijn.’ Als een ding zonder steun, zonder houvast, gleed tante Toos, of ze iets op de keukenvloer wou oprapen en het dodelijk-voorzichtig deed, op de rode grondtegels. Ze had er geen geluid bij gegeven, net als toen ze het voor het eerst van haar man had gehoord. Ze zat op haar hurken, met het hoofd slap omlaag, diep omlaag, en op haar gezicht, onder de zilveren haarknotten, kwam een vreemde, genoeglijke, aanhoudende glimlach, of ze iets heel prettigs zag gebeuren. *Wat haal je nou an?’ zenuwpraatte Kobus, haar onder de oksels grijpend, en het logge, willoze lichaam op de stoel sjorrend. ‘Kom nou, moeder! Wat schieten we daar mee op. Kom nou! Moeder! Doe niet zo bezopen!’

Maar het hoofd van de vrouw zakte tegen de keukenmuur af. Als hij haar niet gegrepen had, zou ze tegen de grond zijn geslagen. Nu gleden enkel de drie grote spoelkommen, die ze met koffie had willen vullen, met het gelakte blad van het meegetrokken tafelzeiltje, en omdat dat een rinkel-slag in het huisje gaf, riep moeder boven aan de trap - ze liet Koertje met een gezicht vol zeep in de steek - ‘Gebeurt er wat, Toos? Toos!’

‘Niks! Niemandal!’ gromde Kobus, niet goed wetend wat hij deed, wat hij zei.

Toen sponsde moeder snel het snuit van de jongen, en kwam omlaag.

229

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.