Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



van de kattechismus achter me rag uithaalt! Versta je dat, kwiebus. As zijn moeder het doet, heb ik niks te beweren, maar jij heb met je geleerdheid op een afstand te blijven. Ik vraag nog es of je me snapt, brutale hond!’

Weer liep hij met zijn elleboog dicht tegen de jonge mijnwerker op, en omdat dat voor een man een minder behaaglijk gevoel is, duwde Blauwbaard hem van zich af.

‘Ik wou dat je afstand hield!’ sprak hij verbeten. ‘De weg is breed genoeg! Als jij dat óók maar verstaat, vent van niks! Of einders...’

‘Of anders?’ vroeg de electriciën, verwoed dreigend stilstaand.

‘Of anders,’ zei Blauwbaard, opvallend bleek in de omlijsting van zijn zwarte pluisbaard, ‘zal ik je de maat van de weg op een f atsoenlijke manier leren.’

De electriciën zei een lelijke vloek - goed dat het mannetje met de blauwe ogen er geen getuige bij was - en zijn vuist ging als een voorhamer omhoog. Een sekonde stonden oom en neef in bezeten verwoedheid tegenover elkaar - één sekonde, want Ko, die hen niet met zijn ogen had losgelaten, was er als de kippen bij, en ranselde ze allebei op zijn manier af.

‘Zijn jullie van god verlaten!’ raasde hij erop los. ‘As je een poot na me broer uitsteekt, Koert, krijg je een pomp in je maag, dat je tegen de vlakte leit, en jij, tiendubbeloverge-haalde idioot, een tik tegen je kakement, dat je tanden langs de weg na je kiezen kennen zoeken. Je heb me verstaan, Gerrit? Of mot je een nokout? Wat motten de twee vrouwen thuis er poddome van denken, as jij met een blauw oog en jij met een haal over je gezicht weerom komt? Jullie zijn het doodtrappen niet waard! Loop je door Gerrit, ja of nee, of je krijgt op je falie. Ik ben niet van plan voor jullie boete op te lopen. Jullie bennen geen kerels, jullie bennen het gemeenste uitschot, dat in Heerlen rondtrekt.’

‘Ben ik begonnen?’ verdedigde Blauwbaard zich.

‘Dat ben je,’ zei Kobus als eerlijk rechter. ‘Je heb hem gepest, zoals jij de duvel en zijn moer pest. Je heb niet te zeggen, dat hij met zijn benen languit op een stoel in Amsterdam had motten blijven. Je weet bliksems goed waarom hij er tussenuit is getrokken.’

‘O, zo,’ zei de electriciën verzoend, en alweer aanstappend.

226

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.