zat hij hardop, maar toch fluisterend, om niet gehoord te worden, de prachtigste verhalen aan het speelgoed, dat mee in het bedje moest, te vertellen, en als moeder, voor ze zelf onder de wol ging, nog even naar hem kwam kijken, vond ze het kereltje meestal ingeslapen, blootgewoeld aan het voeteneind, of op zijn buik met het hoofd onder een dekenpunt.
Vanavond, na vaders avontuur op het dak, had hij zich in zijn bed koninklijk aangekleed, met het gestikte dekentje als een hermelijnen mantel om de schouders en een papieren steek op het hoofd. Nou was hij koning Kool, de kaboutervorst van het geheimzinnig land onder de grond en een door Ko geknutselde harlekijn, die met zijn armen, benen en hoofd kon bewegen, als je aan een draadje trok, was adjudant Snips, die telkens wat in het trommeltje meegaf.
‘As ik koning ben, Snips, mot jij geen brutaal bakkes tegen me opzetten, verstaan?’ zei hij net, vanaf de troon op het kussen, toen vader bij de deur ogen als, koeien kreeg.
‘Mag dat, mannetje,’ gromde de electriciën, die zich al dadelijk door de klank van zijn stem gewonnen gaf — er was geen kind op de wereld, dat niet op slag kon horen of het meenes was, of niet - hij vond het heerlijk, dat de jongen nog wakker lag. ‘Mag dat bengel? Het is over half tien! Als ik dat oververtel, is het mis.’
‘Je mot ook niet alles klessen,’ zei het ventje, en ineens kwam er iets uit, dat de man verbluft deed kijken. ‘Het achtste gebod verbiedt lichtvaardig oordeel. Dan mot je erbij vertellen, dat het hier om te stikken zo heet is...’
‘Wie heb jou van het achtste gebod verteld?’ vroeg de electriciën, in natinteling van verbazing, op de rand van het bedje neerzittend.
‘Dat staat in de kattechismus, grote broer,’ praatte het kind over zijn slaap heen. ‘Wil je es horen? Vier de heilige dag des Heren. Vader en moeder zult gij eren. Wacht u voor stelen en onrechtvaardig leven. Gij zult geen getuigenis der valsheid geven...’
‘Nou,’ lachte vader, ‘je slaat een portie over. Heb moeder je dat geleerd?’
‘Nee, grote broer, - Blauwbaard. Die ken alles van buiten.’ ‘Knap,’ zei de man geprikkeld, en ineens herzag hij het eer
223