Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



en angst voor de toekomst gaven, liet zich natuurlijk weer bepraten, om het af te zoenen. Maar bij het kereltje ging dat niet zo gemakkelijk. Want er kwam iets bij, dat hij met geen mogelijkheid, en niet in lengte van jaren zou kunnen vergeten. Eerst had moeder de kurketrekker in een fles gedraaid en zich een vuurrood hoofd getrokken, zonder dat het lukte. Toen zei tante Toos: verrek je niet met een kind aan de borst - dat is werk dat ik beter versta. En ze had het twee- driemaal met hijgen en kreunen en aderen, die haar nek uitpuilden, met de fles tussen haar knieën en haar reuzearmen als stangen en dommekrachten, gedaan. Het gaf niks dan kurkzaagsel en gele brokjes. De kurk zat in de hals van de fles vastgezogen - bij het midden brak hij in vettige vezeltjes af. Wat een eigenzinnig kreng, zei tante, die zich niet gewonnen gaf, er de ene punt van haar linnen-schaar op brak, en toen bij een woester poging de prop in de hals van de fles omlaag drukte. Met een touwtje, dat ze als een lasso neerliet, vocht ze toen nog een hardnekkig poosje, om de drenkeling door de monding op te diepen, gleed met haar glibberige vingers langs het glas, kreeg weer een brokje te pakken, tot de verdronken kurk er eindelijk met een sausje uitfloepte.

‘Zo,’ zei tante, ervan blazend en zwetend. ‘Dat moest je net op zo’n gloeiendhete dag gebeuren... en hier hei je een lepel, die je ervoor ken bewaren, anders gaat alles ernaar ruiken.’

‘Schattejongen, hou je mond is open,’ zei moeder onhandig, ‘as je de lepel ineens slikt, krijg je een suikerballetje toe.’ ‘Dat lust ik niet’, zei hij, nog voor de punt van de lepel zijn lippen geraakt had.

‘Kom nou, mijn kind,’ soebatte moeder. ‘Dan gaat je voetje weer helemaal beter, ken je met de andere kinderen buiten spelen.’

‘Nee,’ weigerde hij stellig. ‘Het is bedorven. Het stinkt.’ En haast was de lepel door zijn nerveusweigerend gebaar over moeders rok heengestort.

Toen deed tante Toos het verschrikkelijke: Ze zei lief tegen moeder: ‘Hou jij zijn handjes es vast,’ en eer hij zich kon verdedigen kneep ze met haar vingers, die noten konden kraken, het neusje van de jongen dicht, en terwijl hij haast stikte, zwolg hij de lepel smerige levertraan.

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.