Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



blik trillen, en haar in de sprei verzakte voeten, stuiptrekkend pogen het af zetje te nemen.

‘U is voor mijn geen portuur,’ herhaalde ze grimmig en met ingehouden verwoedheid. ‘Maar as u mijn portuur was, zou ik de boodschap voor u hebben, dat mijn zwager zijn tijd beter ken gebruiken, as naar een ankleepartij van enkel botten te kijken, om van schrik van het dak te rollen...’

Met de hielen tegen de rand van de dakgoot, en languit achteroverliggend tegen de gladding der leien pannen, kreeg de electriciën het zo benauwd van het lachen, dat de hamer omlaag kiepte, en met een plof op het deksel van de regenton kwakte. Hij bestierf het. Tegen het gevecht van twee vrouwen, die eikaars zwakke plekken te grazen namen, legde het onnozel verschijnsel Man het a£ Wanneer niet toevalhg juffrouw De Koos-Kerckhof, de vroedvrouw-waarzegster voor een spoedbesogne, voorbij was gekomen, en de noodtoestand van benee had geobserveerd, zouden de twee in haar wiek geschoten buurvrouwen, die vóór de entree van de amsterdamse familie, het best met elkaar hadden kunnen vinden, de onvertogen radiotelefonist, zo bij de ontleding van elkanders karakter en intiemste intimiteiten, vergeten hebben, dat hij in de gunstigste conditie, de weg van de hamer regentonwaarts zou hebben gevolgd. De waarzegster krijste plotseling, met een angstige roepmond uit, en haar parlemoeren vlammen-spettende brilleglazen deden zo onheilspellend als de groenlichtende kologen van een onraadbeluisterende tijger in het donkerste woud. ‘Toosie! Toosie!’ brulde ze, de magere vingerkootjes, als een tuit om de bloedeloze lippen. ‘Er gebeurt een ongeluk I Heb ik het je gisteravond niet voorspeld! Toosie! Toosie!’ Het hielp. Tante Toos verstarde. Ineens herzag ze de kom met de gruwelijke tekenen, lette ze voor het eerst de gek van een zwager in zijn verzakte houding in de neveldam-pende dakgoot op. Met die man was je geen ogenblik veilig van je bestaan - en net kwam Riek, die voor Magdaleentje een nieuwe fopspeen en voor Koertje een fles levertraan was wezen inslaan om de hoek.

‘Mot je je nek breken, hef ie?’ sprak ze bijna deemoedig. ‘Mijn zal het me zorg wezen, hef ie, maar je zoon, van wie je zoveel houdt, liefie, zit hier op het bed te huilen.’

Het was zo. Bang door het geschreeuw van de grote men

218

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.