Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



gekuierd, en de jongen op een stuk zoethout van Koning Kool getrakteerd - toen, voor het huisje terug, had hij staan prakkizeren hoe de twee schoorstenen, - die van Toos en die van de moeder van het brillespook - ervoor gebouwd leken, om de ontvangdraad aan de isolatoren te bevestigen. De zinken buis van de goot was zo klaar voor de aard-leiding. En het had hem weer te pakken, de oude zaligheid. ‘Nou blijf jij stil op het bed zitten, terwijl ik op het dak de draden hecht,’ zei hij tot het kind, ‘en dan gaan we samen wees es luisteren wat ze mekaar vertellen, hè? Is ie fijn? Hoe kon ik zo stom zijn, om de boel zo lang in de lap te laten hangen?’

‘Mag ik meehelpen, grote broer?’

‘Jij mag me gereedschap aangeven, dat ik naast je op het bed zal zetten, als ik er om vraag/ zei vader, en nou het gedonder van de smerige inbraakverdenking, die drukkende ballast uit zijn hersens weg was, hij zich niet langer hoefde te verbeelden, dat dè politie toch nog een oogje op hem hield, en hij de zelf getimmerde doos met het toestel, de spoel en de detector op het tafeltje plaatste, galmde hij er zo luidruchtig op los dat Blauwbaard tegen het beschot moest kloppen om eraan te herinneren, dat hij pas twee uur in zijn ledikant lag. De electriciën, de dakgoot doorstappend, keek door het tuimelraam van de rechterbuurvrouw, die een gil gaf, omdat ze net in haar onderlijfje stond, en met een handigheid, die geen tweede hem nadeed, hamerde hij de isolator in de schoorsteen en bungelde de draad aan zijn eerste steunpunt. Verder kwam hij niet, want niet alleen begon buurvrouw door het raamgat van zich af te bijten, maar Toos, bepakt en beladen, niet dadelijk begrijpend welke krankzinnige streken haar zwager nu weer uithaalde, zette voor het tuinhekje een keel op, of de boel in brand stond.

‘Wel allemachtigste, wat voer jij uit op het dak? Is het je in je hersens geslagen? Je gaat me hier die kunsten niet beginnen!’

‘Dat bennen godbeter inbrekersmanieren!’ keef de in haar magere blote armen verraste buurvrouw, nou maar ineens een rake toespeling op de historie van Amsterdam, waarvan ze in kleuren en geuren gehoord had, makend. ‘Geen wonder, dat je in de lamp vliegt! Ik had net zo goed in me na-

216

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.