zicht dat ze geen gedroomde ellende nog es wilden horen. Er waren rijke mensen van het dorp, die om juffrouw De Koos-Kerckhof lachten, maar het was dan een lach met een luchtje. Vroeg ‘of laat zaten ze toch over haar met lange angstgezichten, als de vergroeide ongelukswenkbrauwen boven de vergulde lorgnetrand, over de kom met de koffie-diktorens, de koffiedikbergen en -dalen, de koffiedikklonten, de koffiediktekenen - daar zat het hem in - gefronst bleven, en ieder der wenkbrauwhaartjes als een klit speldjes in de vleeshobbeltjes van het voorhoofd stak.
Eens, toen ze nog juffrouw Treurniet-Kerckhof heette, had ze een dag tevoren de dood van haar eigen man onder vallend gesteente gezien - eens, als juffrouw Graff-Kerckhof, had ze van dijkbreuk en overstroming en de moord op een gekroond hoofd geweten - eens, als juffrouw De Koos-Kerckhof, in één nacht, een brand, een inbraak en een dode voorspeld - en het was alles zonder aarzeling, zonder dat je het verklaren kon, angstig op tijd gebeurd.
Koertje, veel te lang op gebleven - zijn vader bedierf hem radikaal - zat net op moeders arm in het midden van de trap, toen juffrouw De Koos met tante binnenkwam.
‘Laat u mijn dat voetje es kijken, voor ik bij Toosie een kop-pie koffie meedrink,’ zei het kleine, zwarte, als kwikzilver zo levendige vrouwtje, dat over de grootste gebeurtenissen, dingen en mensen, vanuit de breedlijnigheid van haar levensinzichten en toekomstvoorspellingen, met verkleinwoordjes praatte. ‘Ik heb al zoveel kindertjes op het wereldje gebracht, zoveel ziektetjes meegemaakt en zoveel brand-wondjes bij me eigen kleutertjes genezen, dat ik je wel zo op slag ken zeggen wat je d’r an doen mot, Toosie.’
Moeder bebeet zich de lippen. Het klonk zo komiek, dat ‘Toosie’, als je de twee naast elkaar zag - het pienterkwie-ke wijfje, waaraan je haast niet kon zien dat ze al acht kinderen had, en de stevige, zware Toos, die net tweemaal zo lang, tweemaal zo breed, viermaal zo dik was.
Nu kwam het bleekpaarse voetje uit de zwachtels onder het vinnigplassend licht van de lamp. De vroedvrouw-waarzeg-ster bewreef de verlegen teentjes van de kindervoet, die zich als slakjes in hoorntjes trachtten terug te trekken, en ze deed dat met de toppen van haar vingers die door haar garen handschoenen heenstaken. Ze had pas een deftige vi
2111