Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



gestadig herhalende dingen, zoals een zeemansvrouw, die haar man aan het wijde water af sta at, hem op een duin ge-dagwuift, om dan met de andere vrouwen naar het dorp terug te sloffen en, vastgegrepen door de bezigheden van alledag, zich over niks meer moeilijk te maken tot een stormbal gehesen wordt, en het gesater van de huil-gierende wind een gelaat, een alleen hdar, met zijn ogen, zijn mond, zijn glimlach en ernst bekend gelaat, in de verloren eeuwig-heidsnevel op doet leven.

Hier hinderden geen orkaanvlagen, geen rukwinden, geen geloei om het huisje, geen stortbuien - hier hadden de mensen boven de grond meer last en ellende van het weer dan die beneden. Je man ging, je man kwam - het hortte niet - het liep alles zo precies, .zo haast op de minuut af, dat je zenuwgedoe van de stad, zoals Toos het noemde, met de dag afzakte. En je had de dikke acht uur, dat je mekaar niet zag, geen tijd te murmereren. Er was haast altijd aanloop, dan van de buurvrouw rechts, dan van die links, dan van de overbuurman met het ene oog, die pas een zoon had gekregen, en die al zijn vrinden een jong uit het nest van Cees, de rode bastaard Ulmer wilde aansmeren, omdat ze hem met zijn allen, zei hij, meer dan een dag loon opvraten. Was er geen bezoek, dan haalde Ko de krankzinnigste streken uit, en Blauwbaard, verliefd op zijn grammofoonplaten zat er melankoliek bij te zing-bibberen of las met de vingers in zijn oren dikke romans met beloonde deugd en gestrafte zonde.

Koertje, die een lekkere buitenkleur begon te krijgen van het op de oude stoel in het voortuintje zitten, zag vader meestal het eerst van allemaal tussen de terugkerende mijnwerkers. Geen dag ging voorbij of koning Kool had voor zijn adjudant Snips wat in het blikken sigarettendoosje laten meegeven, een kalken pepermuntje, een chocoladesigaar, wat drups-jes, een vijg en eens - dat was erg geweest! een stuk steen, omdat hij gehoord had, dat het kereltje zo ondeugend tekeer was gegaan, dat tante Toos voör het allereerst van haar wonen in Heerlen, ruzie, en lang niet ingehouden, met de buren rechts had gehad. Koertje had het brillespook, het meisje met het kortgeknipte haar, de uitvlerkende oren en de ijzeren brillestangen, dat hij vanaf het eerste ogenblik niet had kunnen zetten, met het lepeltje, waarmee hij de

208

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.