Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



‘En as ik nou denk: ik vin het hier zo plezierig, dat ik nog een poossie met een paar van me vrinden blijf kuieren?’ lachte vader, over de ergernis van Blauwbaard heen, en nou weer in heiligst genot in de droomogen van zijn jongen levend. ‘As we stilletjes achterblijven en een reisje naar het paleis van koning Kool maken, hoe kennen we dan as ordelijke mensen bijtijds onze nummers op het bord terughangen?’

‘Toe, geen malligheid, Koert/ zei moeder met een akelig druilerig gezicht, want nou schoof weer een Judashand voor het gelach en het gestoei van de zon, zaten ze opeens in een donker keldertje. ‘Ik begrijp bést, dat wanneer iemand zijn nummerpenning niet op tijd inlevert, er iets ellendigs met hem gebeurd moet wezen.’

‘Larie! Nonsens! Laat mijn nou vertellen! Of ben jij met de ochtendploeg bene jen geweest? Je grote jongen zit te luisteren en die wil er meer van weten, niet mannetje?’

‘Laat vader verder vertellen, grote zuster/ drong het kind in zalige luistering aan - hij zat zo fijn tegen de manneborst op - het was zo’n poos geleden, dat grote broer hem een heus verhaal had verteld. ‘Nou dan, je wou na het paleis van koning hoe-hiet-hij gaan?’

‘Koning Kool/ knikte vader, moeder beknipogend. ‘En die heb me gevraagd of ik morgen wéér een kop koffie bij hem kom drinken, maar vreselijk zwarte koffie.’

‘Heb je hem vandaag al gezien?’

‘En of/ knikte vader. ‘Hij stapte net voor me uit in de mijngang, en zat op een paard, dat enkel maar liep te hinneken, maar véél harder dan neef Ko.’

‘Nee/ ontkende Koertje, die het allemaal prachtig vond, maar te groot was om te geloven, dat er beneden onder de grond paarden waren - op de daken, Sinterklaas, dat kon, maar in zo’n donkere kelder... ‘Nee, dat is geen verhaal, watte moeder? - dat is mal - paarden ónder de grond.’ ‘Waarachtig/ bevestigde moeder, die Magdaleentje een schone luier omspeldde. ‘Dat mag je rustig geloven, schat-tejongen. Er zijn in de mijnen echte levende paarden.’

‘En hoe kommen die er dan?’ vroeg het kind, onzeker lachend.

‘Die gaan ook an de kabel naar bene jen.’

‘Ook met een nummer, dat ze motten inleveren?’

203

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.