Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



Haar stem bonkte verwoed tegen de daksteunbalken op. Ze had haar zuster wel kunnen slaan, zoals ze het als veel oudere zuster vroeger gedaan had, als het eigenwijze schaap niet wilde luisteren. Nog op de trap bleef ze zieden en razen, zelf geprikkeld door het huilen van de smerige overzij-hond, die geen oog van haar woning af had gehouden. Dan in plotselinge vertedering - hoe harder ze schreeuwde, hoe ruwer ze te keer ging, hoe kleiner haar zieltje werd -bleef ze op de onderste traptree stilstaan en zich als een verhaspeld kluwen in haar eigen lieve gevoeligheidjes verwarrend, zei ze ineens kleine meisjesdingen, teertastende woordjes, of ze de geluiden van de grote mensen bij een starend-zwijgende pop nabootste: ‘Begin jij nou vast met de aarpels. En niet te dik schillen, zal je? En as d’r koeien bij zijn, dan in tweeën, zal je? Ik weet wel dat je het kan, maar je zit nou natuurlijk met je hoofie onder de grond. Allemaal niks hoor. Ik wil best es een verreljaar mee met de kooi. Ik wou dat ik net as jij nog op mijn man kon wachten. Affijn die wacht nou weer op mijn. Ieder zijn beurt, watte? En nou krijg je een kommetje koffie, en daar klus ik een ei door. En dat drink je, Riek, of zowaar de Heer me hoort: ik zet je met je twee kinderen aan de andere kant van het hek. Jij eet niet. Jij grient maar. Al je kracht raak je kwijt! Mag dat? Zeg dan of het mag! Als je geen antwoord geeft, laat ik je de trap niet af.’

En dan pakten de twee zusters elkaar weer, of er geen ruw woord was gevallen, en zat moeder nu eindelijk zaligj eslekker vlak bij hem op tante Toos d’r stoel en ze jaste de aarpels véél vlotter dan tante - en veel langer van schil. Dat zag Kobus, die een handjevol van zijn vangst aan buurman met het ene oog gaf, die vannacht een zoon had gekregen -dat zei hij eerst op het laatste ogenblik, de malle! - en toen had buurman hem zijn hoed van zijn kale knikker geslagen - en lachen als ze gedaan hadden - niks dan lachen! - andere praat, hoor dan de straat in Amsterdam, waar de mensen elkaar niet konden lijden - dat zei Kobus ook. Die nam moeders lange aardappelschillen uit het bakje, en die smeet hij over zijn hoofd en dan keek hij wat voor letters er kwamen - allemaal de voorletters van de vrouwen, die Blauwbaard vermoord had - en Blauwbaard zelf liet andere platen van de grammofoon, net zo’n mooie als van

191

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.