Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



— er werd nu gegeten, als de zwager-electriciën van de och-tendschicht weerom kwam.

‘Een potpoerie/ zei Gerrit, achter in de kamer.

‘As hij meziek geleerd had, zou je es wat beleven/ sprak tante vertederd, en ze streek met het aardappelmesje de zilveren haarslieren, die telkens weer langs haar neus krie-welden, met een smak achterover. ‘Riek! Riek! Wat voer je uit, Riek?’

‘Ik ben an het strijken/ zei moeder door het geopende keukenvenster. De zon, die voor zolang als het vandaag duurde, over een grauwe wolk heen kwam branden, bevlamde net haar bleke gezicht achter de tulen gordijntjes.

‘Je ben zo stil, meid/ verweet tante. ‘Nou benne we allemaal gezellig bij mekaar: Koertje zit as een prins in het zonnetje - je ken de paraplu wel strijken, schat - Ko dresseert een wüdebeesten-spul, Gerrit speelt van een fransman Potpoerie - en jij ziet eruit of je mazelen en roodvonk gelijk onder je lejen heb.’

‘Hoe laat is het?’ vroeg moeder zonder te antwoorden. ‘Dacht ik het niet!’ gromde tante Toos. ‘Ik voel die dingen altijd! Je heb nog volop tijd. Vroeger as half drie zie je hem niet. Denk je dat ik ooit vraag hoe laat het is?’

‘Het is voor mij nog zo ongewoon/ sprak moeder met een stem, die er bang voor scheen zich aan een woord, een gebaar te stoten. En haar ogen sloten zich voor het fel op haar aanvallend zonlicht, dat haar aarzelende tranen in purper en parelmoeren stralengevlam deed vluchten.

‘Hoepel je op, ribbekast met een staart!’ kwam tante onvriendelijk los. ‘Of mot je wat na je bast hebben?’ Ze wachtte het antwoord niet eens af, smeet een groene aardappel naar de galmhuilende hond, die vlak voor het huisje kwam zitten janken en gillen, omdat hij de grammofoonmuziek goddelijk vond. Even verzat de hond. Maar dan huilde hij voor de tweede keer, dat je er koud van over je rug werd. ‘Als ik nou een geweer bij de hand had/ zei tante wild, ‘kreeg hij van mij een schot hagel door zijn karkas. Je ken geen grammofoonplaat meer laten draaien of het loeder zit er op zijn gemak bij te gieren. Ko! Ko! schei es uit met je luizendresseerderij, en geef hem een opduvel. Hou je schreeuwlelijk, rood stuk uitschot! Huil voor een ander zijn deur, vullisbakras’ - daar had je het hevige woord weer,

188

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.