en als hij zijn hoed ophad, je er niemendal van merkte. Neef Gerrit, Blauwbaard met de zeven vermoorde vrouwen en een achtste op komst, hoorde je enkel als hij door eetlust humeurig werd. Anders zat hij in een hoek boeken uit de leesbibliotheek te lezen, en zijn vingers graaiden dan zonder ophouden door zijn baard, of hij ook last van de domineesvrouw had. Zo druk als Ko was, zo zwijgend deed Gerrit. In beweging kwam hij alleen als het voor Angelus of Vesper luidde, en - als de grammofoon draaide. Terwijl Ko in het voortuintje als de verdelger der bladluisjes, die al één gat langs de stengel van de rabarberplant gevreten hadden, de ene pijp na de andere opstak, zette Gerrit in zijn eentje, want moeder was dolblij om Toos in het keukentje te helpen, de grammofoonplaten om beurten in de machine. Daar smulde hij van. Al de melodieën en voordrachten kende hij van buiten, neuriede hij mee met zo’n krimmenele basstem, zei tante, of hij naast zijn gewone baard nog een dubbele in zijn keel had, en als hij in de goede stemming was, vermoeid door het werk na een ochtendploeg, of melancholiek door een te volle maag - nog pas de vorige week, bij een hitte om met je blote voeten in een ijskoude teil te blijven zitten, had hij na twee soepborden gestampte pot en niet te tellen krabbetjes, voor zijn portie alleen nog een tjokvolle roodaarden bak met op gewarmde rijst naar binnen gewerkt, en toen nog twee boterhammen met kaas toe - als hij in zo’n ik-kan-niet-meer-ik-ben-vol-moeder-stem-ming was, en de grammofoon gevoelvol trilde, vibreerde hij zo overtuigd, dat tante Toos in diepste bewondering mee zat te wiegelen over de muzikaliteit van haar oudste - en Gerrit zelf tranen als tuiten moest, wegslikkeren. Na het ongeval, voor jaren, met haar man had tante het een poos af laten weten - toen was ze weef de stevige kloek voor haar jongens geworden. Ze redderde, smeet, lawaaide, voelde zich in haar sas, kon het alleen niet te best met zichzelf vinden, als de twee, die altijd bij elkaar waren, nachtploeg hadden. De ochtendschicht was niks. De middag-schicht was niet veel. Maar de nachtschicht was donker bij donker, en dan kon je wel eens zwaarhoofdig liggen doezelen, tot de klink in de beugel terugviel.
‘Van wie speel je nou?’ vroeg tante, die er even haar gemak van nam, om een dubbele portie aardappels te jassen
187