Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



en haar jongste zoon met haar ogen op at.

‘Asjeblieft!’ schreeuwde hij, ze met zijn natte pijpmond-stuk, waaraan er een kleefde, aanwijzend, ‘ik dresseer ze in vrijheid, dat ze er scheel en groen en geel van zien. Hal-lé! Hop! Nou lopen ze met hun zessen op een rijtje op d’r achterste poten, as de volbloed hengsten in het circus Bla-nusboffie. Hallé! Hop! Hallé! Hop! Hallé! Hop! Goed zo. Nou krijg je allemaal een suikertje! Zie je die dikkerd, die over haar eigen buik valt, zo as hij zich an onze rabarber heb volgezogen? Dat is de vrouw van de dominee. Hallé! hop... Weet je wat ze zeit, moeder? Ikke zweet bloed. Nou komt de dominee er ook bij. Die zeit: as jij dat kreng dresseert krijg je van mij een daalder. Hallé! Hop! Asjeblieft, dommee. Ik laat haar door hoepels springen en de horlepiep op me nagel dansen. Dank u, arties. Nee, op uw plaats. Hallé!’

‘Gekke kerel/ zei tante Toos — en als ze ‘gekke kerel/ zei, had Ko haar laatste cent uit haar beurs kunnen halen.

Nu lag Kobus weer op zijn knieën en dampte rookbuilen tegen de harige blaren an.

‘Ik vin het vies/ zei Koertje. ‘Bijten ze niet?’

‘Ja jongen, ’s nachts de diefies/

‘Zitten er nog veel, Ko?’

‘Nou...’ taxeerde neef. ‘Het is een dichtbevolkte streek. Hier heb je een gemeente van veertigduizend zielen, en daar loopt een kompie berejen luisartelerie. Die denken al zijn leven, dat er met rookloos kruit geschoten wordt. Daar heb je de generaal. Die heb dubbele groene biezen op zijn broek. Presenteer het geweer! Wacht es. Nou laat ik me zware geschut werken. Plof! Plof! We benne in een hinderlaag gevallen, schout bij nacht, zeit de generaal. Laat u de onder-zeejers in stormpas aanrukken. Plof! Plof! Nou heb ik de hele generale staf. Allemaal in katzwijm en artelerieverkal-king!’

‘Gekke kerel/ klonk weer de stem van tante Toos, met lach echootjes van het dichts bij haar hart.

Dat was neef Ko. Die was zo’n lollige, zo’n kemiekert, dat je aam een stuk kon blijven proesten. Buiten en in huis en aan tafel hield hij zijn gleufhoed op, en enkel ’s nachts in bed deed hij het er zonder. Dat was omdat hij van boven zo kaal als Magdaleentje, toen ze pas in haar wiegje lag, was,

186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.