Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



26

Zó moe was hij van het slapen met zijn allen op het kermisbed, en toen weer van de reis zolang, zolang, dat de reus met de zevenmijlslaarzen de trein nooit had kunnen bijhouden, dat hij zelfs door het schokken van het tentwagentje niet wakker geworden was, en zich er niemandal van herinnerde, dat moeder en tante Toos samen hem in zijn huis-eigen bedje gelegd hadden. ‘Ik heb je gezicht héél zachtjes af gesponsd, en je handen een beurt gegeven, schattej ongen,’ vertelde moeder de volgende dag. ‘En je had zo’n verschrikkelijke slaap - Klaas Vaak had in de spoorwagon zoveel zand in je oogjes gestrooid, dat je er niks van gemerkt heb.’ Dat kon hij haast niet geloven. Want het was in zijn verbeelding een nacht geweest, een nacht met zoveel vreselijke dingen, zoveel angstige, ongekende, niet thuis te brengen geluiden, dat hij zeker wist geen oog te hebben dichtgedaan, tenminste later niet.

Hetzelfde zware weer dat ze in de trein mee hadden gemaakt, was boven Heerlen blijven hangen. Moeder en va-, der lagen nog geen vijf minuten aan de andere zij van het trapgat, waar tante Toos nog de vorige nacht zelf geslapen had, of het hele huisje ging door een ratelslag op en neer, of het een schip in de branding was. Moeder, op huilen af bang voor het schelle lichten, dat aan een stuk door, de kleine zolderruimte met de prentjes, de spreuken en het crucifix boven het bed, met gele en paarse wapperingen doorvlamde, en na elk lichtproesten, elke bevende ber-sting door een beuken en grommelen van donderschokken gevolgd werd, of de wereld verging - zo deinde het woninkje - zo rumoerde de dakbedekking - zo gierde de stormwind om de hoeken van het schuurtje met zijn klepperende deur - moeder stiet vader, die al sliep als een roos, met haar elleboog aan: ‘Zouden we de jongen niet bij ons in bed nemen, man - het is buiten zo’n noodweer.’ Even zat de electriciën op, en even liep hij door de violette stuiplichtin-gen naar de achterzolderkamer. Maar de jongen lag zo lekker met zijn twee vuisten tegen zijn kortgeknipte bol aangemetseld, dat hij het verdraaide hem op te nemen. Toen kroop hij weer in bed, en omdat hij er al om vijf uur uit moest, bewoog moeder niet meer. Ze trok het dek over

178

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.