Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



hij, bepakt en beladen, met de radiokist en de kooi op zijn schoot, het ongeluk had te dicht op haar af te schommelen. ‘Nou vraag ik u, hef ie,’ zei ze het bonkeren van het karretje overschreeuwend, en de punt van haar elleboog stak met diepste genegenheid in de zij, waar in hij zijn sigaren geborgen had. ‘Hoe u het in uw harsens haalt om met een vrouw en twee schapen van kinderen bij nacht en ontij an te kommen. Daar ken ik met eten niet op rekenen. Ik hou d’r geen zoete inval op na.’

‘As jij je niet zo stom vergist had, Toos je,’ zei de electriciën humeurig, - hij zat net onder een lekstraal, die langs zijn nek binnengoot - ‘waren we bijtijds angekommen. Jij heb je vergist. Daar wed ik honderd gulden om.’

‘Betaalt u mijn eerst de veertig gulden weerom,’ zei Toos vinnig van zich afknieënd - ‘Die brengen we voor je mee, schat,’ zei de electriciën. - ‘As ik het zie geloof ik het lie-fie,’ zei Toos.

Zo ongenoeglijk haar welkom in het wagentje geweest was, zo bijna fijngevoelig was haar ontvangst in de kleine woning, waar ze met gele bloempjes op het hagelwit tafelkleed, boven het bord van haar zuster en omdat het door de lengte der letters niet anders kon, óók boven het bord van de zwager, een keurig welkom! had neer gelegd. De grote witte poes liep met een strikje en een boterbloem om zijn nek.

‘Je ben een hartelijke schat, Toos,’ zei de jongste zuster, en boven, onder de door de regen betekkerde dakpannen, kuste ze haar nog eens, omdat de wieg en het kinderbed al gesteld stonden, en er voor slapend Koertje op het hoofdkussen een doosje flikjes lag.

Toch was de entree erg ellendig. Want toen ze beneden kwamen, had de witte poes, met zijn lintje en zijn bloempje, zijn slag geslagen. De vogelkooi lag met het deurtje open, ondersteboven en van de vogel waren alleen nog wat bloederige gele veertjes over. ‘Wat naar, wat naar,’ klaagde moeder, en ze zag er wit van. ‘Daar maakt zo’n zielig diertje de reis voor, om hier dadelijk verscheurd te worden. Wat naar. As de jongen dat hoort...’

‘Riek, doe niet sentimenteel,’ zei Toos, de aardappels afgietend. ‘Voor één dooie kanarie bennen er honderd levende. Ga zitten zwager, maar was eerst je handen. Je ziet er uit as een varken, lief ie.’

177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.