Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



kwijt wil raken. Verdorie, wat snurkt die vent in het hoekie. De trein beeft ervan. Hij mocht zijn neus wel es snuiten. Het lijkt op een druppelflessie. En die daar mag zijn nagels wel knippen. Kijk es an zijn pink, vader. Daar ken hij een bussie mee opensteken. Angstig hoor. Dat is alweer een station. Verdorie, nou vergeet de machinist op te houwen! Het zal je niet gebeuren dat je uit mot stappen, en dat ze vóór in slaap zijn gevallen! Ik vind het hier fijn. Mag ik nog een boterham, moeder? Maar haal jij het velletje van de worst eerst er af, want as je begint te kauwen en het zuigt je keel in, ken je erin stikken. Gelukkig dat Pietebaas in de zandbak blijft zitten, want as die vanaf zijn zwavelstok wat zou doen, zou die meneer het op zijn test krijgen.’

Dan begon hij in de grote vreugde van naar tante Toos toe te gaan bij al de slapende, heen en weer doddelende reizigers, die elkaar lagen toe te knikken, of ze elkaar gelijk gaven en vangballetje speelden, met een fijnzilveren stemmetje te zingen: ‘Ik heb zolang met de foekepot gelopen, ik heb geen geld om brood te kopen, foekepotterij, foekepotte-rij, geef me een oortje, dan ga ik voorbij...’

‘Jij zingt héél mooi,’ zei de meneer, die met de prentbriefkaart] es gespeeld had. Maar toen hield Koertje dadelijk op, zei hij niks meer. Kauwend keek hij hem enkel aan en dacht: ‘Da’s ook een armoedzaaier, met een baard van minstens een week.’ In Heerlen droeg vader hem slapend uit de coupé. Zolang had hij het niet uitgehouden.

‘Geef hem mijn,’ zei tante Toos, die met de vrachtrijder aan de trein was, en terwijl zij met Koertje instapte zat moeder met de zuigeling, alweer te grienen. De regen gutste op het zeil van het wagentje - de bliksem doorgulpte de hemel, die wijduit om de nachtdingen blankte en dan weer in beangstigend duister verzwom. En terwijl de wielebanden de keien beratelden, de regen door de dichtgeklepte zeiltjes schoor, begon tante Toos, die met haar stevige benen tussen de opbonkende banken, met het slapende kind op haar schoot, geen raad wist, en die maar ook net op het nippertje het telegram had gekregen, nadat ze tweemaal voor niks aan de trein was geweest, haar mening te zeggen, en ze deed het niet alleen met woorden — ze gaf de zwager, die ze hoe langer hoe meer begon te haten, al was haten dan een stérk woord, telkens een por met haar knieknokkel, als

176

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.