Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



kwijt omkeek, en ook de schelvis met zijn leepogen moest weten wat er achter hem gebeurde, stak hij zo fijn als hij het nog nooit had gedaan, en nog langer dan het barbiersmaat-je, zijn tong télkens weer, niet één, maar wel zésmaal tegen haar uit, en als hij de ballon niet vast had moeten houden, zou hij zeker zijn tien geboden tegen zijn neus aangestrekt hebben, om haar nog meer te laten merken hoe hij de puist aan haar had, en dat hij haar nooit meer levend hoopte te zien. In het station, onder de grote kap, stond een lo-komotief te gillen, dat je er je vingers bij in je oren moest stoppen, om de velletjes van binnen niet te laten springen. En een stoom als er hing, smerig. Maar instappen konden ze nog niet. Want tante Toos, die de treinen naar Sittard en van Sittard naar Heerlen voor hen had opgeschreven, had zich zo goddeloos vergist, zei vader, dat ze de ochtendtreinen voor avondtreinen had versleten. Er ging er geen vroeger dan bij vieren. Toen moesten ze wachten in een vreselijk grote kamer, met allemaal tafeltjes en stoeltjes, en met glazen kastjes vol dingen om je ziek aan te eten. Moeder dronk een kop koffie van enkel siegorij, zei ze, vader een glas gerste en hij kreeg een reep sjokola met apenootjes erin vastgebakken. Magdaleentje keek toe en die moest, waar al de mensen bij waren, een droge luier aankrijgen. ‘Ik zou haar zo laten, moeder,’ zei hij, ‘die blijft toch altijd nat. Zo droog je d’r, of ze is weer klesse-klesse. Da’s niks gedaan met me zuster.’

Toen, eindelijk, zaten ze in de trein, met de hele santepetie van de bagage in de rekken, en met Pietebaas dan es op een bank, dan es tussen vaders knieën. Hij mocht vooruitrijden, naast het portier met het vastgeschroefde asbakje, vol brokjes tabak en mondstukken van sigaretten. Moeder over hem, glimlachte hem toe, maar ze was toch niet in haar sas, want haar ogen siepelden telkens vol tranen - schandalig als je fijn met zijn allen op reis ging. En vader was óók niet in zijn humeur. Die had eerst naar de ring zitten kijken, waaraan je moest trekken als de lokomotief zo’n vaart zette, dat de wagons van de spoorstaven duikelden, en nou hield hij zijn ogen toe, of hij slaap had. Maar slapen deed hij niet. Als je hem wat zei, knikte of antwoordde hij, en de pijp dampte in zijn mond. Bij het andere portier ingedommeld, hurkte een oude boerin, met een karbies op haar schoot, en haar

173

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.