Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



boterhammen in de andere hand hield, kon ze niet bij haar zakdoek komen, en zag je hoe de dikke tranen krijgertje over haar wangen speelden.

‘Mag je huilen, grote zuster?’ vroeg het kereltje. ‘Wil jij es héél gauw ophouwen?’ Omdat hij op vaders arm zat, en hij zo lekker bij moeders gezicht kon komen, aaide hij met zijn zwarte vingertopj es de nattigheid weg, en, de ballon met de bewegingen van het pinkje meedeinend en tegen het gang-plafond aanstotend, zei als een kloek, die voor haar kiekens drupsjes en pepermuntjes gevonden had: tók, tók, tók. ‘Zozo,’ babbelde hij, terwijl vader moeder een zoen gaf en niks zei, ‘me zuster leit je ook al an te kijken. Wat benne dat in godsnaam voor manieren, om te huilebalken? Dat moest ik nou es doen met een schone kiel an! Wel poddome!’

Dat van de barbier en zijn maatje onthouden woord - het tweede bar-lelijke - bracht er de vrolijkheid weer in. Vader verslikte zich in het aangebrand vet van zijn pijp — al zijn leven met palingvellen gestopt - moeder droogde haar ogen met een punt van de doek, waarin Magdaleentje, als een schone was ingespeld lag.

Toen trok vader de huisdeur achter zich toe, maar zo ge-meenhard, dat je de kalk hoorde spatten. Hinderde niks. In al die jaren, zei grote broer, had de huisjesmelker niks aan de woning gedaan.

‘Wat zal die muis van vannacht, die over moeders blote voeten moest kuieren een ogen opzetten, dat we er vandoor zijn, hè vader? En die krijgt nou ook niks meer te vreten, hè? Of het merakel met haar verstandskies an een draadje in d’r mond, mot hem voeren, watte? Ik lach me een kriek as ze thuiskomt en de vullis vindt!’

‘Suscht!’ zei vader, want ze kwamen net de schippersvrouw tegen, die zeker centen opgestreken had, en nu met een gezicht of ze er al de buren de ogen mee wilde uitpriemen, een kanjer van een schelvis, met haar wijsvinger in zijn als lellen van een haan zo rode kieuwen droeg, en het blauwbleke beest haar hing aan te kijken, of hij er de duvel over in had dat hij in het kokendhete water zou moeten, en dat zij zijn graten zou af kluiven. Rakelings gingen ze haar voorbij. Moeder zag haar niet, vader floot zachtjes, of er ergens een hondje liep - hij keek haar over vaders schouder na, en omdat ook buurvrouw met een smoel van dat-schorum-ben-ik-

17a

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.