Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



pen, geef ik jou an de vullisman mee.’

Dodelijk schuw leunde het kereltje achterover, want de grote vulliskar bonkerde met de zware ijzeren bakken voorbij het huis, en hij schrok nog meer van het maatje, dat opzettelijk met de veger een stomp tegen een stoélpoot gaf, en tegelijk een tong uitstak zo lang, dat hij er zijn neus met de groene erwtengaatjes mee raakte. Het leek of vader nooit meer terug zou komen, zo lang als hij wegbleef. De barbier was al weer bezig met een tramconducteur, die vreselijk voorzichtig geschoren moest worden, omdat hij drie wratten op zijn kin had zitten, en als je een wrat met je mes raakte, je op slag dood kon bloeden, en het maatje met een sleper, die zo dik was, dat hij amper tussen de stoelleuningen in kon, en die bij het inzepen zo zijn verkauwde sigaar zat te beklui-ven, dat de jongen erbij stond te hoesten en door de tranen in zijn ogen de sjouwer tot over zijn oren inpapte.

‘Zal je het nooit leren, mank veulen!’ gromde de barbier, zich driftig omdraaiend - maar nu was vader er gelukkig weer, met een dikke, zwarte sigaar - en het maatje kreeg een duppie omdat hij enkel wat dotjes in de nek had laten zitten.

‘Hij vroeg of jij me vader was,’ babbelde Koertje zo toen hij buiten op de sterke arm zat - en in de behoefte om zijn schade van het zwijgen naast de rose zeeppoppen in te halen fantaseerde hij erop los: ‘Toen heb ik gezeid: stommerd, dat zie je toch wel. As het mijn vader niét was zou hij me niet meegenomen hebben, om me haar te laten snij jen. Toen zei hij: nou ik vraag het maar. Toen zei ik: kies maar toe - en toen het de kleine poes van mijn haar gegeten. As hij zijn hart nou maar niet uitspuugt, wat vader?’

De arm om de hals van de man, die nu zulke fijne wangen had, om te zoenen, begon hij zachtjes te zingen. Je zat bij vader eerste klasse, al kreeg je soms de rook van de stin-kadores in je keel en al zakte de pet, die door het knippen veel te wijd was geworden, telkens over je ogen.

‘Waar bennen we nou, vader?’

‘In een winkel,’ jokte de electriciën, die niet wilde weten dat ze in de lommerd waren, maar al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt haar wel, want toen de meneer achter het traliewerk het door Keesebees mishandeld briefje om en om hield, en verwonderd vroeg hoe al die speldeprikken

168

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.