Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



de barbier, die de smurrie uit het elastieken bakje onder de waterleiding wegspoelde en de gebruikte handdoek weer netjes in de vouwen op het doekenstapeltje legde.

‘Ik weet niet hoe honderd gezonde guldens eruit zien,’ zei de barbier. ‘As je het niet kleiner heb mot de jongen maar in de sigarenwinkel aan de overzij gaan wisselen/

‘Daar heb ik hem voor nodig — dan zie ik hem toch nooit meer terug!’ lachte vader. ‘Hou effen je gemak, schatte-snuit — ik ben in twee seconden weerom.’

Nu zat hij alleen bij de barbier, die al zijn leven familie van de melkboer was - allebei hoofden als geoliede stuiters - bij het maatje, dat met de bezem in zijn handen stond te luiwammesen en bij het poesje, dat de kolder in zijn kop scheen te hebben, de opkamer van het winkeltje inravotte, en dan weer of zijn eigen dikke staart hem verschrikte, als een duveltje in een doosje, op en neer veerde.

‘Schiet poddome op!’ blafte de barbier het maatje af. ‘De helft van de rommel leit er nog!’

‘Ik ken niet opschieten,’ zei het maatje, dat ook weer een slachtoffer zocht, ‘as die jongen op zijn stoel blijft kleven. Ik kom met de veger niet onder de stoelpoten door.’

‘Asjeblief!’ snauwde de barbier, de stoel met Koertje opnemend, en achter de uitstalkast, met flesjes Boldoot, doosjes pasta, kammen en poppetjes van rose en witte zeep verzettend. ‘En as je nou nog één brutaal woord zeit, kwiebus, nikskenner, zal ik je een lapsoes verkopen, dat je op de over-zijstoep na je verstand ken zoeken!’ Zijn arm in de vlekkerige scheerkiel, zwaaide zo kwaadaardig met de anzetriem, dat Koertje met knipperende ogen terugweek.

‘Ik veeg toch ommers,’ zei het maatje, en hij bezemde met gebaren, of hij onderdak voor een onweer zocht. Het werd naar stil in het winkeltje. Enkel de koperen scheerbak met de paardeharen pluim, rinkeltinkelde schommelend aan het ijzeren juk, naast de voordeur. De barbier stond halverwege de stoep om te zien, waar de electriciën bleef. Hij vertrouwde het zaakje niet. Even keerde hij zich nog om, net terwijl het maatje, om zich te wreken, poes een opduvel met de bezem gaf.

‘Is dat jouw vader?’ vroeg hij en toen het kind op de hoge stoel benauwdzwijgend knikte, zei hij zuurgrappig: ‘As hij niet gauw terugkomt met de centen voor scheren en knip

167

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.