Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



was niemendal gedaan: dat verdraaien de klanten met hém, en als hij de patroon zelf moest behandelen, kreeg hij bij elke streek zoveel uitbranders en kouwe complimenten, dat hij op zijn voeten stond te trillen — blij, dat hij nu op een menselijk hoofd los werd gelaten, zonder kans van schrobbering, zonder nijpende mogelijkheid van bloedvergieten, posteerde het maatje zich zo, dat de patroon, die zelf zijn handen met inzepen en scheren vol had, niet te veel in de verradende spiegels kon afloeren. Met zijn linkerhand duwde hij het hoofd van de kleine Koert omlaag, met de rechter wrikte hij als een meester, die zachtheid schuwt, de tondeuse door het piekenhaar van het kind, en dreef er zigzaggende paden in, als een baanveger op een bestoven ijsveld. Schuwt j es onderging het kereltje de vijf toppendruk van de stevige maatj eshand, en bij elke neerstuiving van zijn blond haar op het witte doek, dacht hij: we schieten al mooi op, en zo doene ze het precies met het achterwerk en de poten van de melkboer zijn poedel, en as ik groot ben zo as vader laat ik me ook scheren, maar me snor laat ik staan, en daar draai ik de puntjes aan met gommelastiek - maar dan boog hij zijn knikker nog meer, omdat het barbiersmaatje, hoe moeilijker het werd de velbanen weer samen te brengen, zijn vingertoppen in het hoofdje perste, of hij er doorheen moest. Of Koertje wilde of niet, ééns moest hij hardop Au! roepen, omdat de tondeuze in een weerbarstig klit je verward zat, net als toen moeder zijn haar wilde kammen en er nog stroop van de gort in verdwaald had gezeten.

‘Wat voer je uit, veulen?’ dreigde de barbier, met vader zijn neus in de ene en het blinkend mes in de andere hand. ‘Leer je het nooit poddome?’

‘Ken ik het hellepen?’ verdedigde het maatje zich, ‘as hij paardevlees gevreten heb?’

‘Stil blijven zitten,’ zei vader met een stem van onder uit de kelder.

Angstig keek het ventje in de duistere neusgaten van het maatje, en zich op de lippen bijtend, - een jongen moest niet kleinzerig zijn - zei hij geen tweede keer Au! toen de tondeuse, die geen kamp gaf, het van de hardnekkige haren won, de laatste hegjes op de kruin wiedde en nu de nekharen met bosjes begon uit te plukken. Toen nam het maatje een grote borstel en schuierde zo rap of hij met schoenen, die in

165

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.