gedaan? Heb jij die deur...?’ Nu had vader, die zeventien lucifers geprobeerd had, eindelijk een vlammetje, en omdat het natte sigarenpeukje op zijn beurt treiterend-weerbarstig deed, moest hij zo zuigen, dat hij er rood van werd, en niet op slag antwoorden kon.
Toen zei moeder, met een stem, die zo evenwichtig als de klokkeslinger van de scheepjesklok door de stille luistering van de kamer bewoog: ‘Nee, schatte jongen, vader heb het niet gedaan - en er is ook geen inbreker geweest - dat zal je moeder je later vertellen. Er gebeurt wel meer, dat je niet dadelijk... Nou krijgt zussie eerst een schone luier - en dan gaat moeder jouw kleine voetje, dat allemaal ondeugende, maar erg lieve dingen gedaan heeft - is het niet vader? - weer lekker verzorgen. Nou weten we tenminste dat jij op je zusje past, en dat je haar niet in de steek zal laten, als er ooit wat...’
‘Ik laat je begaan,’ kwam Toos los, terwijl ze een boterham voor het kind klaarmaakte, ‘maar ik vind het schande en vooral zonde, dat jij as moeder je kinderen voorliegt.’
Ze zei het zo dat de jongen het niet horen kon, want hij was met zijn vader in de slaapkamer, om de tekeningen te laten kijken. ‘Ach kom,’ verdedigde zich de jonge vrouw. ‘Dat doen we toch allemaal, als er wat gebeurt, waarvoor ze te jong zijn...’
‘Móst jouw man dan zo’n geweldenaar wezen?’ hield Toos aan.
‘Hoe hebben ze hém niet in die dagen behandeld P zei de jongere zuster. ‘Ik kan me zijn woede best voorstellen -maar wat heeft een kind daar mee te maken?’
‘Ik hou me mond, maar ik denk er het mijne van,’ gromde Toos - en ze vroeg zich af hoe het in Heerlen zou gaan met die man, die ze niet luchten kon, en met een zuster, die door hem gehypnotiseerd was.
Een deel van die nacht werd er voor de laatste maal zaligjes in de woning geslapen, nu ze weer kompleet bij elkaar waren, maar het was toch niet helemaal dat, omdat vader zo gek was zijn bed aan tante Toos af te staan, hijzelf, nog geradbraakt door het avontuur in de cel van het politiebureau, op een veldbed op de grond, bij de muizen in de keuken ging slapen - en tante, te zwaar voor vaders bed, of dat de stille smerissen bij het zoeken naar het geld van de overzij, het
154