Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



niet aldoor duizelig geweest - hoop ik maar een ding, en daar maggen jullie niet boos om zijn, dat ik van ons twee-en niet de laatste zal wezen. Ik heb iemand nodig, - ik heb jóu nodig - al ben ik ook nog zo dol met me kinderen.’ Schuw, of ze een misdaad gebiecht had, keek ze de andere kant op, naar de zij van het kozijn met de bloemen in het rekje. En haar ogen dwaalden naar de vreemde hemel, waar felbrandende oranjeflarden, tussen okerbruine en vertroebeld paarse wolken, heenschoven.

‘Nou vraag ik!’ viel Toos, wie een rode lap voorgehouden werd, uit: ‘Ben jij een moeder, da je zo gruwelijkst onwijs uit de hoek komt?’

‘Ik ken het niet helpen,’ verdedigde Riek zich. ‘Ik ken niet buiten me man...’ - en over de morsige keukentafel heen, greep ze als een houvast de haar toegestoken hand.

‘En as ik zo had motten redeneren,’ praatte Toos stug voor zich uit. ‘Heb ik niet met me twee jonges achter een kist gelopen, toen ze hem an zijn nummerpenning herkend hadden? ‘Jij ben zoveel sterker as ik, Toos.’

‘En eis je niet buiten je man ken,’ kwam Toos nog eens los - ze wilde het voor zich houden, maar flapte het eruit, eer ze het goed wist, ‘hoe mot het dan hiernamaals — as jij door jouw geloof de éne, en hij door zijn geloof de andere kant op mót, of je wil of niet...’

Het bleef even stil in het keukentje. Een koper hengseltje, tussen de emaille pannen, fonteinde purperen straaltjes, en de kanarie, die zijn kopje in de waterbak gepoedeld had, schraapte zijn bekje langs de tralies.

‘Dan wor jij onze reddende engel, Toosje,’ zei de electriciën, een zware rookbuil uit de in lach gespannen wangen ploffend, maar omdat hij voelde dat hij zijn vrouw met die onnozele grappigheid hinderde, en dat de brave Toos zat te spinnen om met een stekeligheid los te komen, stond hij ineens op, en leidde het gesprek af: ‘Nou gaan we de langslapers wekken, en het mannetje-met-zijn-blauwe-ogen eens fijn pakken.’

‘Maak ze niet wakker,’ had tante Toos, voor de school haringen - want een school was het geweest - in vader zijn maag binnengeloodst was, gewaarschuwd, ‘het meissie mag na zo’n opwinding toch nog geen borst hebben en de jongen heb de hele middag voor het open raam gezeten, en is zo

146

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.