Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



zou krijgen, zo as ik me zat op te vreten, toen de grendel van het slot wier gelicht, en een majoor me zee - of er niks voor was gevallen, of het helemaal niet nodig kon wezen een woord van excuus te spreken: je bullen ken je terugkrijgen, die leggen op het achterkantoor voor je klaar, en je ken met je vrouw, die op je zit te wachten, weer mee gaan. ‘Dus ik heb het niet gedaan?’ zei ik door het dolle heen. Toen zei hij: ‘begin met je gemak te houen, anders loopt het nóg falie-kantverkeerd voor je uit.’ ‘Wie heb het dan gedaan?’ zei ik, met een getintel in me vingers, om de eerste de beste te worgen - ja, daar kennen jullie makkelijk je hoofd bij schudden: mijn hadden ze in de boeien over straat gesleept, mijn hadden ze achter trahes gestopt, mijn hadden ze meer as een nacht en een dag van me vrouw en kinderen weggehouwen. Je mot het te voelen krijgen, Toos, as je ineens, zonder reden en zonder behoorlijk onderzoek, in plaats van een vrij mens, een gevangen beest ben geworden... ‘Wie heb het dan gedaan?’ zei ik zo dreigend, denk ik, dat hij assistentie nodig had, want de deur van de wachtkamer smeet hij open en in plaats van behoorlijk antwoord te geven, zei hij: asjeblief, breng hem bij die juffrouw die al zo’n poos wacht. En toen stond ik over jou schat, en begon jij met je handen te wieken, net as een poedel, die boven water wil blijven, en je gaapte met je mond wijdopen of je je tong in had geslikt en voor ik nog bij je was, sloeg je tegen de grond, en het is nog een goswonder, dat je niet met je slaap tegen de rand van de bank ben geslagen. Meer as anderhalf uur zijn we met je beziggeweest, en toen ik goed en wel met je in het bakkie zat, ging je nog es onder zeil. Most je het je zo an trekken dat je me weerom zag, mirakel?’

‘Ik ken niet zonder jou,’ zei de jonge vrouw, doorzichtig-bleek door de nahoofdpijnen, die haar kwelden, en ze herhaalde die woorden met een stelligheid, of uit de klamme, broeiende dwarreling van gedachten, bij het languit achterover liggen op het politiebureau, en het geschok in het rijtuigje, nog enkel dat ene, maniakale overgebleven was: Mk ken niet zonder jou - dat mag me zuster weten - en dat hoort God, - as je niemeer thuis was gekommen, was ik gek geworden - dat heb ik an mezelf gevoeld. En nou ik voor het eerst sinds me trouwen weer een toeval gehad heb -wat ben ik de laatste weken, door telkes een nieuwe schrik

145

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.