Droomkoninkje

Titel
Droomkoninkje

Jaar
1924

Druk
1983

Overig
9ed 1983

Pagina's
258



van de waterkraan, dat het propere keukentje van het spetten haast blank stond, en nog altijd met zijn hersens aan het andere eind van de wereld, droogde hij zich, zonder te vragen — of er niet vlakbij een handdoek hing — aan de vaten-doek, waarmee zij de hete pan vast had gegrepen. Toen, zijn mond aan de kraan zettend, terwijl de volle glazen op de keukentafel binnen zijn bereik stonden, gulpte hij een straal water in zijn keel, goot hij zich zo vol dat een normaal mens erdoor gebarsten zou zijn. Eerst toen hij zich zat had gezopen - anders dan zuipen kon je dat brutale en spektakelmakende niet noemen - kwam hij in de huiskamer terug, en zei zijn eerste paar fatsoenlijke woorden, die je nog de smoor injoegen: ‘Je mot maar denken, Toos, dat ik een klap van de molen te pakken heb - en je aarpels branden smerig an.’ Dat rook ze nu ook door de azijnlucht heen. Het leek of er hout lag te smeulen. Lekkere smurrie zou dat op tafel geven. Vinnig voorbij ellebogend stommelde ze op haar beurt driftig in het keukentje, deed ze onwijs, om jezelf een klap in je gezicht te geven, door het waarachtig een uur in de verte ruikende moes, nog is as hele aardappels te schudden, en toen ze in de huiskamer terugkwam zat - niet om na te vertellen en nog minder om te geloven - die gekke Riek op zijn schoot, met haar armen om zijn hals en snikte en griende en ging tekeer of ze God weet wat voor kostbaars uit de pure modder geraapt had.

‘Zou ik nou maggen weten?’ zette ze dik beledigd in, omdat van haar nog niet de notitie van een speldeknop genomen werd. ‘Laat haar bijkomen,’ deed hij ineens om op te gaan zitten zo wijs, ‘hoofdzaak is, dat we er weer bennen. De rest hoor je later.’

‘Ik vin alles goed, liefie/ zei Toos, maar in haar ogen was iets van een scheermes, ‘ik zeg alleen dat het geen manier van doen is, om iemand, die uit goeiigheid overkomt, zo op hete kolen te laten, en een wurm van een zuigeling haar maal met haar duim...’

Dat stak. Met een schok stond moeder overeind. Ze wou subiet de slaapkamer in, maar* nu hield Toos haar zelf tegen, want als je zo van je stokkie gelegen had, moest je een kind niet dadelijk de borst geven. Nu ze wat haar op het hart lag gelucht had, deed ze in een gulle bedrijvigheid alles, om haar zuster te helpen, en toen ze hoorde, dat Riek op het

142

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.