De roode Flibustier

Titel
De roode Flibustier

Jaar
1909

Druk
1936

Pagina's
247



Ik knikte. Ik was krankzinnig.

’k Moest de heele historie in m’n koortsvisioen in ’t weeshuis gezien en doorleefd hebben, ’k Had voor bewijzen, die geen bewijzen waren — m’n piqué vest, Ruth’s kousenband, m’n gedichten aan dat gedrocht en den trouwen Cresus....

Versuft, wezenloos, liep ’k ’t politiebureau uit, den havenweg in.

’k Liep of iemand me bij de hand hield naar de sluizen. De deuren stonden aan — ’t was ’t stille getij tusschen eb en vloed.

Op de plaats waar ik zoo dikwijls geloerd had, door den wachter uitgevloekt, stond warhoofdige Kluyt met z’n schulpenkar.

„Verroest, verroest”, zei-ie, ’t paard aan de teugels vasthoudend: „’k heb benee in ’t water kaarsies zien branden....”

„Waar?”, vroeg ’k, met ’n stuip in m’n hersens, die me tot in de nekspieren pijn dee.

„Daar!”, lachte-ie onnoozel: „eerst schrikte me bles en toe schrikte ik.... ’k Heb lucht zien borrelen en echte kaarsies gezien — drie vette, hoor!”

Ik keek — zag niet alleen op die volkomen zonlooze, zelfs door geen zonnestraal overwiegelde plek, langzaam-voortbewegende glansj es in ’t water — of ’r licht-stralende goudvisschen schoolden, maar ook op de ree, dicht bij de quarantaine-boei, ’n stoomjacht van ongewoon, opvallend model.

Cresus, die vooruit was gehold, den heelen strek-dam af, blafte en baste, zooals-ie ’t nog nooit had gedaan — luisterde niet naar m’n gefluit.

’k Wou ’m achterna — de sluiswachter, die ons saam

243

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.