De roode Flibustier

Titel
De roode Flibustier

Jaar
1909

Druk
1936

Pagina's
247



drie-betrapt-zijn (’k zet hier streepjes tusschen de woorden, omdat ook anderen ’t doen, hoezeer dit ge-streep onjuist en nimmer door mij aan eenige jeugd geleeraard zal worden) die me naar ’t hoofd steeg. „Dat is je toevertrouwd”, antwoordde Rijk — hetzij hatelijk, hetzij welwillend.

Omdat hij daarbij naar de bloote nimf op m’n pijp keek, moffelde ik dat deel van ’t meerschuim ter wille der meisjes in m’n manchet — en er was een stilte, die me tot mijn dood (dat ik nog lang leve!) bij zal blijven.

De zonnebundel van ’t tuimelraam boven de deur bescheen Ruth’s goud-rood haar, dat ’r in opleefde of ’t brandde — ’k zag ’r koele, minachtende oogen — ’r witte vinnige tandjes — en toen ’k na nog eens hou-dingloos te hebben gegroet, de huisdeur achter me dichttrok, stapte ’k over de brekende schulpen van ’t pad, met ’t kwaadaardig-pijnigend gevoel, dat ’t kind dat ’k aanbad — me minstens ’n ellendeling moest vinden.

Tien, twintig schreden van ’t huis, werd ’k nageroepen.

„Ezechiël! Ezechiël!”

Wanda en Cresus holden me na.

„Pa vraagt”, zei ze — en ze leek opvallend bleek: „of je zoo vriendelijk wil zijn den hond mee te nemen?” „Wat is dat voor idiotisme!”, snauwde ’k, opnieuw blij de vernedering die ’k doorstaan had, aan iemand te kunnen wreken: „zeg an je pa, dat ’k met geen hond naar de politie kan gaan! Dat verdraai ik, hoor! Jelui hebben altijd van die béte invallen! Dank je!”

„Dan niet”, zei ze.

’r Lippen beefden — ’r oogen schoten vol tranen.

224

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.