nog wel eerst ’n paar uurtjes naar huis zou kunnen gaan om te slapen, omdat in ’t hotel op z’n vroegst om zeven uur open gedaan werd.
„Dat meissie dat gistermorgen verdronken is”, lei grootva nader en in dezelfde lijn van opgewektheid uit: „is niet verdronken — ze zit bij ons thuis en dat wou ’k dien Franschen meneer gaan zeggen....”
„Is ’t weer zoo ver!”, hadden daarop de twee van de gewapende macht tegelijk opgemerkt — en ze hadden ’m mee naar ’t lokaal naast brandspuit en dreggen genomen. Hoe minder ze naar ’m wilden luisteren, hoe energischer grootva, in z’n uitnemende bedoelingen gekrenkt, te keer ging.
Hij zwoer bij alle heiligen dat-ie de waarheid sprak, zette zich schrap, wond zich op — maar hij rook naar drank en kreeg daarenboven ’n zwakke flauwte, die zij aan bezwaarlijker dingen dan aan z’n hart toeschreven
— kortom: ze waren zoo wreed, den in dit geval waarlijk armen stumper z’n „roes” te laten uitslapen, en eerst tegen zeven uur, toen ze van ’t strand terugkeerden met de zekerheid van ’t vergaan van de „Verwachting”, en met ’n aantal bekeuringen op zak, bliefden ze hun vergissing in te zien, omdat grootva op de brits zat te huilen, met ’t kettinkje en ’t gouden kruisje van Hermione in de handen, ’t kruis met de inscriptie, dat Wanda ’m mee had gegeven, om bij de voorbereiding als talisman te dienen.
Dat te laat vertoond bewijs had zelfs den brigadier overtuigd dat ’t onmogelijke mogelijk zou kunnen zijn
— en om acht uur waren ze aan ’t Spookhuis, om informaties bij den jongen De Wilde, bij mij, in te winnen.
Bij de deur waren ze Wanda met Hermione, die samen
221