genheid voor”, verdedigde zich Wanda — en Rijkaard ging ’r niet verder op door, ’n elleboogstoot als Ruth ’m gaf, om voor den opgeschrikten facheux troisième niet te veel uit de school te klappen: ze stond on
verwacht voor ons en omdat ze in ’t Fransch begon te vragen en de grootvader van Ezechiël ’r in ’t Fransch antwoordde — en ik daar als ’n suffer met mijn akelig beetje Fransch bij zat, pa, wist ik me geen raad!” ,,Zoo!”, sprak Rijkaard Rijk, en zich over mijn geoorloofd geluister ergerend, viel-ie bot uit: ,,zou jij niet naar je politie gaan — of wil je ons op nieuwe verrassingen trakteeren?”
,,’k Moet weten hoe de vork in den steel zit — om van me af te kunnen liegen....”, merkte ’k verstandig op.... „Dat geloof ik ook, pa”, zei Wanda: „ik herinner me haast zelf niet meer wat ’k ’r uitgeflapt heb, toen die veldwachters kwamen.... Als we mekaar nou nog tegenspreken....”
„Hindert niemendal!”, gromde Rijk met eene in verhouding tot de omstandigheden en z’n vrees van daarstraks niet te rechtvaardigen gemelijkheid: „laat ’m tegenspreken of niet — als de lont bij ’t kruit staat, telt dat niet meer mee! ”
Toch, niettegenstaande z’n paskwilligen uitval — verzet dat ik meer aan z’n geprikkeldheid dan aan ’n bedoeling toeschreef — bleef ’k gretig-gespannen meeluisteren.
Bij drieën had grootva, vervolgde Wanda met horten en stooten, met ’t meisje op pad willen gaan. Hermione zat te huilen en te snikken, nu ze hoorde dat ’r vader en grootmoeder niets van ’r redding wisten — en grootva, zich bij zulke late nacht-gesprekken uitermate opwindend, had de flesch wijn (welk een wonder!)
218