Met ’n fut, die me door hun activiteit gesugereerd werd — en door de sappige zwaarte der vracht — trok ’k mee aan den tros die de zes kisten verbond.
’t Ging langzaam, met horten en stooten, met geduldig soms ’n eindje terugkeeren als een van de zes in ’t zand verwroette, maar ’t ging.
Het soortelijk gewicht in de zee is een uitnemende zaak!
’k Geloof, dat Rijk liep te fluiten — ik deed ’t voorzeker.
Achter mekaar, den tros over de schouders, stapten we in de geulen tusschen de banken, de glooiingen zooveel mogelijk mijdend.
Ik praktizeerde niet over den gemeen door Rijk ach-tergehouden brief, maakte me niet moeilijk over ’t verdriet van den reeder en z’n moeder, murmureerde niet over de slachtoffers der HermioneThérèse, waarvan we ’t zwakke echo-geroep in dien stormnacht hadden gehoord, — de voortreffelijke helft van mijn moreelen inventaris, de bétere, die me bij Wanda in opstand en bij Rijkaard in edel verzet had gebracht, was naar den duivel!
Althans tijdelijk. Vandaag ben ’k — laat me dat er aan toevoegen, om den lezer niet op een noodlottig dwaalspoor te voeren! (wat is fataler dan dat de held eens verhaals de sympathie verbeurt?) — vandaag ben ik wederom in evenwicht — met mijn binnenst geweten en met mijne medeburgers van het dorp.
Tóén, de kisten met kostbaarheden over de zandrib-bels kruiend, smeet ’k in de koorts-van-het-hebben letterlijk alle beginselen over boord (— eene inderdaad misdadige actie, daar men immer éénige beginselen in reserve moet houden, of door andere be
199