De roode Flibustier

Titel
De roode Flibustier

Jaar
1909

Druk
1936

Pagina's
247



VIII

DE HOORN VAN OVERVLOED

„Ke nous associons quavec nos égaux,

„Ou bien il nous faudra craindre „Le destin d’un de ces pots

(La Fontaine.)

„Auch der Zufall ist nicht unergründlich, er hat seine Regelmassigkeit” (Novalis.)

Om twee uur, bijna klokslag, gelijk Rijk ’t gewild had, daalden we uit den kelder naar de haven af.

’t Was ’n heerlijke nacht — boven.

Toen ’k ’t venster opende om den kruitdamp, die ons hoestbuien bezorgde, te laten aftrekken, bolde de maan met ’n snuit om te zoenen over marmeren wolke-randjes, en in de suizende stilte van duinkam en zee — wonderlijke stilte na ’t geraas en getob van den storm — klonk ’t gefluit der meeuwen als een aanbiddelijke verteedering.

Met Cresus (helaas, ’n waar lijke Croesus in vlooien!) op m’n schoot, had ’k die veilige heerlijkheid zitten bedroomen — tot de flibustier ’t welletjes vond.... Benee werd ’t dadelijk weer ’t onzalig gestap door builen opgewoeld dras, ’t moeilijk geloop over de dorpsvuilnisbelt (leegde niet ieder, zelfs de burgemeester, die wist dat ’t niet mocht, z’n bakken met rommel in den geduldigen afgrond, zóó als ’t schemerde?), ’t op den tast bewegen door de vadzig-groene mist van ’t water.

Maar ditmaal — welk ’n verschil met de bewustelooze meeleving van voor ruim ’n week! — was ’k door een

186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.