HEIJERMANS
MARJOLEIN
Jc kunt het, Lukas, wèl! Je zei het in je biecht, toen ’k naast je stond!
Je werk is je geloof — je gelóóft nog —
En midden in de worsteling wordt jy Zóó 1 a f, dat jij die overwinnaar ben,
Een overwinnaar, die in later tijd. . ..
LUKAS (wanhopig)
Een overwinnaar ik!....
MARJOLEIN
... .Is wat je deed,
Is wat je bouwde — is het niet gelukt?
LUKAS (zacht, met glimlach)
Dat is 't!. . . . Het wordt natuurlijk wéér gebouwd In alle landen, waar de eb en vloed,
Of waar de waterstrooming ft mooglijk maakt! MARJOLEIN Nou lach je weer, Lukas!. ... Je lacht den lach Van een die niet zichzelf bedriegen kan,
Van een vervolgde, die het zeker weet....
Je heb uit ruwe erts een kostbaar ding Gesmeed — een ander nam 't je af en lei Het als een schrijnend, wondend monsterjuk Om haast ontelbre menschenlevens heen. .. .
Heb jij mé, toen je het ontwerp, niet zelf Gezegd, dat alle nieuwe daad en wil Door al de vijanden van nieuwe daad En nieuwen wil — verlamd, gesteenigd wordt? Zei je me niet, die nachten, als ik zat In blinde luistering — dat overal,
Door alle eeuwen heen — vanaf het Kruis —
Het lompe, dom geweld soms in één uur Vernietigde, wat jaren lang de geest,
Het allerteerst vernuft, met offering En blijde zorg, geschapen had... .? Lukas,
Zit zoo niet neer.... De zee heeft eb en vloed: Dat's bij de menschen ook.... Ik zeg slechts na Wat jij me zei, toen ik onwetend was....
Ik hou zoo van je -— kan je zoo niet zien....
Kijk op, Lukas, daar is de dageraad....
Een nieuwe dageraad voor jou en mijf
133