HEIJERMANS
ZEVENDE TOONEEL
MARJOLEIN LUKAS
(Hij zit neer bij de tafel, het hoofd in de handen. Zij gaat naar het venster, rekt zich in aanbidding van het binnen-plassend zonlicht uit. Het klokgelui houdt op. De bergtoppen lichten violet. Dan, met een ruk staat hij op, wil de deur naast het raam openen. Zij keert zich snel om, verspert hem den weg)
MARJOLEIN Waar wil je heen, Lukas?
LUKAS
Naar 't dal!
MARJOLEIN
Waarom?
LUKAS
Ik hou het hier niet uit....
MARJOLEIN
Dan ga ik mee.
LUKAS Dat kan niet, kind.
MARJOLEIN
Kijk in m'n oogen, Luuk!
'k Zie alles wat je denkt op je gelaat. ...
LUKAS Ik móét naar 't dal....
MARJOLEIN
Van af den Doodskopberg!....
LUKAS Dat heb ik niet gezegd!
MARJOLEIN
Je heb 't gedacht....
LUKAS
En als ’t zoo is — als het zoo wezen moet,
131