DAGERAAD
ZESDE TOONEEL
LUKAS MARJOLEIN, ADAM RAKET
(het rumoer der zich verspreidende menigte klinkt na, De stormklokken zetten even luider jin), RAKET (die zich in de menigte verscholen hield, kijkt thans met Adam uit het raam)
Nou zal je 't niet gelooven, maar m'n tong Doet van 't spektakel van de andren zeer....
Ik wou ze telkens zeggen, waar 't op stond,
Je kwam er met fatsoen niet tusschen in....
Als hij je ook maar zoo had angeraakt,
Had ik hem met m'n horrelpoot getrapt,
Dat 'm z'n ziel onder z'n zooien zat....
Jij ben te goed, Lukas Dat mot je niet....
LUKAS
Ja, ja, 't is jammer, dat ik jou niet ben. ...
Laat ons alleen, Raket....
RAKET
O, wou je soms,
Da’k buiten mee zal doen?.... Ik dank je wel,
Ik hou niet van gedrang en schuil bijtijds As 't reegnen gaat!... Marjo, waar staat het brood? MARJOLEIN Dat vind je daar...
RAKET
Zie jij nou heusch?
MARJOLEIN
Dat doe 'k,
RAKET
Verdraaid, dan heit in ij n manke been 'n kans,
Dat 't van schrik eens regelrecht komt staan! Grootvader Adam, ga je mee?
ADAM (de trap opstrompelend met den bijbel in de hand)
Niet daar,
Raket!.... 'k Bid boven in m'n eentje God,
Dat hij genade schenkt.... Dit is een dag,
Dien 'k niet beleven wou — en toch beleef!
130